1 Corinthiërs 12:28 – Structuur plaatselijke gemeente

Deze studie is een verdere uitwerking van de studie: Het geestelijk leven in de gemeente.
In 1 Corinthiërs 12:28 geeft de apostel Paulus een ruwe schets voor de structuur van de plaatselijke gemeente.

Deze studie wil er de aandacht op vestigen dat Paulus in dit hoofdstuk de grote lijnen schetst voor de structuur van de plaatselijke gemeente en probeert hieruit een aantal elementen te omschrijven.

Elke gemeente zal die voor de eigen situatie verder moeten uittekenen, eventueel samen met mensen die ervaring hebben met structuren en leiderschap.

Waarom de plaatselijke gemeente?

De Corinthiërs hadden enkele vragen aan Paulus gesteld die hij beantwoordde, zoals blijkt uit de opmerking:

Wat nu de punten betreft, waarover gij mij geschreven hebt, …   (1 Corinthiërs 7:1)

De beide brieven die Paulus aan deze gemeente schrijft zijn specifiek aan hen gericht en zijn geen algemene onderwijsbrieven, zoals bijvoorbeeld de brief aan de Hebreeën dat wel is.
Het onderwijs dat Paulus aan de Corinthiërs geeft is echter nuttig voor elke gemeente.

De tekst:

Hierbij wordt de Bijbeltekst weergegeven in een meer letterlijke vertaling.

Bovendien heeft God inderdaad een plaats in de gemeente aangewezen aan,
- ten eerste apostelen,
- ten tweede profeten,
- ten derde leraars,
- vervolgens krachten,
- hierna genadegaven/geschenken uit vriendelijkheid van gezondmakingen,
- hulpverleningen,
- het besturen,
- verscheidenheid van talen/tongen.   (1 Corinthiërs 12:28)

Bovendien heeft God inderdaad een plaats in de gemeente aangewezen aan:

Nadat Paulus in de verzen 4-6 van hoofdstuk 12 in 3 punten aangeeft hoe de Heilige Geest werkzaam is in de gemeente (zie de studie: Het geestelijk leven in de gemeente’), legt hij in de verzen 7-11 uit hoe de Heilige Geest werkzaam is in elke discipel.
Hierna gaat hij dieper in op het leven in de gemeente, waarbij hij de eenheid van het lichaam van Jezus Christus benadrukt:

Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam is, zo ook Christus …   (1 Corinthiërs 12:12)

Ook dit is het werk van de Heilige Geest:

… want door (in) één Geest zijn wij allen tot (eis: naar, tot) één lichaam gedoopt (ondergedompeld), hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met (eis: naar, tot) één Geest gedrenkt (potizo: te drinken gegeven).
(1 Corinthiërs 12:13)

In de Heilige Geest worden de leden van het lichaam van Jezus aaneengesmeed tot één lichaam.
Het is de verwachting dat elk lid van dit lichaam, elke discipel die Jezus Christus de autoriteit in zijn/haar leven heeft gegeven, actief is op de plaats die God hem/haar aanwijst, zoals Paulus schrijft:

Nu heeft God echter de leden, elk in het bijzonder, hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals Hij heeft gewild.
(1 Corinthiërs 12:18)

Merk op dat het God is, die Zich verbindt met de plaatselijke gemeente en er over waakt of Zijn Zoon, Jezus Christus, daar tot zijn volle recht komt.

Omwille van de waarschuwing van Jezus, zowel aan de individuele leden, als aan de gemeente in haar geheel:

Gij zijt het zout van de aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.   (Mattheüs 5:13)

… is er onderwijs en structuur nodig, zodat er geen chaos ontstaat in de gemeente, die een maatschappij in het klein is en opdat iedereen zich in het leven zou richten op Jezus Christus

Elke mens is uniek en de verschillende leden van het lichaam hebben elkaar nodig, opdat het lichaam als één geheel zou functioneren.
Daarom zal iedereen zijn plaats in de gemeente moeten innemen.

Bovendien wijst God een aantal mensen een plaats aan voor een specifieke taak.

Een uitgebreide woordverklaring van deze tekst wordt gegeven in de studie: 1 Corinthiërs 12:28 – God heeft sommigen aangesteld.

De personen die God een plaats aanwijst zullen in de gemeente werkzaam zijn in een dienende functie, zoals Jezus zei:

Gij zult u niet rabbi laten noemen; want één is uw Meester en gij zijt allen broeders.
En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is. Laat u ook geen leidslieden noemen, want één is uw Leidsman, de Christus.
Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn.   (Mattheüs 23:8-11)

Of zoals Paulus schrijft dat God het lichaam van Zijn Zoon Jezus Christus zo heeft samengesteld:

… opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden gelijkelijk (letterlijk: overeenkomstig) voor elkander zouden zorgen.   (1 Corinthiërs 12:25)

De grootste in het lichaam van Jezus Christus is de dienaar, zoals Jezus zei.

Wie onder u groot wil worden, zal uw dienaar zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, zal uw slaaf zijn; gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven (zijn ziel) te geven als losprijs voor velen.   (Mattheüs 20:26)

De opdracht is:
Zorg te dragen voor elkaar, zodat er geen verdeeldheid in het lichaam ontstaat.
Als iemand autoriteit heeft in de gemeente, is dat een autoriteit die hem/haar wordt toegekend door de gemeenteleden, op basis van een levenswandel in het Licht, in onderwerping aan Jezus Christus en Zijn Woord.

Basisstructuur van de gemeente:

Het lijkt er op dat Paulus de structuur van de plaatselijke gemeente opdeelt in drie delen:

  • apostelen, profeten en leraars - de geestelijke opbouw van de gemeente
  • daarna: krachten
  • verder: bedieningen voor praktische en besturende taken.

Apostelen, profeten en leraars.

Het is God die mensen in de gemeente een plaats aanwijst als apostel, profeet of leraar.
God wijst aan en het is aan de gemeenteleden en aan de leiding van de gemeente om te onderkennen wie God aanwijst en voor welke functie.

God wijst niet noodzakelijk mensen aan omwille van hun natuurlijke kwaliteiten, hun talenten die zij van bij de conceptie hebben meegekregen.
God wijst mensen aan omwille van hun levenswandel met Hem, met Jezus en met de Heilige Geest, mensen die in relatie met Hem leven.

Zoals dat het geval was bij Paulus, kan het zijn dat God iemand alle nodige kwaliteiten heeft meegegeven van bij de conceptie, zoals hij schrijft:

Maar toen het Hem, die mij van de schoot van mijn moeder aan afgezonderd en door zijn genade/vriendelijkheid geroepen heeft, …   (Galaten 1:15-16)

Maar eerst moest Paulus nog veel leren, o.a. van Gamaliël, een vooraanstaand leraar.
Ondanks zijn roeping en zijn studie vervolgde Paulus later de gemeente van Jezus Christus.
Hij werd pas bruikbaar voor het Koninkrijk van God, toen Hij Jezus ontmoet had.
Slechts daarna kon Paulus alles wat hij in zijn leven geleerd had in het juiste perspectief zien en onderwijzen dat Jezus de beloofde Messias was.

Apostelen:
Het Griekse ‘apostolos’ is volgens het Grieks/NL. woordenboek te vertalen als:

  • bode, gezant.

Volgens de OLB is ‘apostolos’ afgeleid van het werkwoord ‘apostello’.

  • iemand naar een afgesproken plaats sturen
  • iemand laten vertrekken, zodat hij in een toestand van vrijheid komt
  • iemand wegsturen, wegzenden

Uit het boek Handelingen blijkt dat een apostel in eerste instantie erop uitgestuurd werd om de plaatselijke gemeente(n) te ondersteunen.
Zoals de apostelen die de gemeente van Jeruzalem geleid hebben en Barnabas die naar Antiochië gestuurd werd om deze gemeente te ondersteunen.
Later haalde hij Paulus erbij om het werk samen te kunnen doen.

Profeten:
Dit zijn mensen die gevoelig zijn om de stem van God te verstaan en die uit te spreken.
Zij worden aangewezen als profeet.

Profeet, het Grieks ‘prophetes’, is volgens het Grieks/NL. woordenboek te vertalen als:

  • voorspeller, priester, profeet, ziener.

Volgens de OLB is ‘prophetes’ samengesteld uit de woorden ‘pro en phemi’:

  • pro: voordien, vooruit
  • phemi: zeggen, zijn gedachten bekendmaken, zich uitspreken.

Een profeet is dus iemand die letterlijk iets ‘vooruit zegt’, te interpreteren als: de toekomst voorspelt.
Zoals de profeten uit het Oude Testament en de profeet Agabus uit Handelingen 11:28 en 21:10.

Profeten en profeteren kan echter ook in een bredere context geplaatst worden.
De profeten in het Oude Testament kregen van God ook de opdracht om het volk te waarschuwen voor de gevolgen van ongehoorzaamheid aan Zijn wetten en voor de gevolgen van afgoderij.

Zoals de profeet Nathan die door God naar koning David werd gestuurd om hem tot inkeer te brengen na zijn overspel met Bathséba.

In 2 Samuël 2:3 komen de profeten van Bethel naar Elisa toe en in 2:5 de profeten van Jericho.
Vijftig man van de profeten van Jericho volgden Elia en Elisa naar de Jordaan (2:7).
Dit lijken ‘profetenscholen’ te zijn, waar de aankomende profeten leren om de woorden van God uit te spreken.

Het is weinig waarschijnlijk dat al deze mensen enkel bezig waren de toekomst te voospellen, door een Goddelijke openbaring door de Heilige Geest.
Het lijkt er eerder op dat zij zich voorbereidden om na de bestudering van het Woord van God, Zijn Woord uit te spreken of onder de aandacht van de mensen te brengen, zoals uitgelegd in Romeinen 12, als profetie, volgens de juiste verhouding van hun geloof/vertrouwen.

In het boek Handelingen wordt melding gemaakt van de vier ongehuwde dochters van de evangelist Filippus, die profetessen waren (Handelingen 21:9).

Leraars:
Dit zijn niet noodzakelijk personen die een betrekking hebben als onderwijzer, leraar of professor.
Bij God gaat het om de relatie die iemand met Hem heeft door de kennis van Zijn Woord.
Wanneer iemand daarbij ook in staat is om de Bijbel op een verstaanbare manier uit te leggen, zal die persoon door God een plaats aangewezen krijgen als leraar in de plaatselijke gemeente.

Vervolgens krachten.

Krachten is de vertaling van het Grieks: ‘dunamis’.
Volgens de OLB afgeleid van het werkwoord ‘dunamai’, wat betekent:

  • in staat zijn, de macht hebben krachtens eigen bekwaamheid en middelen, of een geestestoestand, of door gunstige omstandigheden, of door toestemming van wet of gewoonte
  • in staat zijn iets te doen
  • bekwaam zijn, sterk en machtig zijn

‘Dunamis’ dat hiervan afgeleid is, wordt door het Grieks/NL. woordenboek o.a. vertaald met:

  • kunnen, vermogen, machtig zijn, in staat zijn
  • mogelijk zijn
  • invloed hebben
  • van zich kunnen verkrijgen
  • te betekenen hebben

Omdat ‘dunamis’ meestal vertaald wordt met krachten in relatie met wonderen, lijkt het wel wat vreemd dat mensen als krachten worden aangewezen.

Uit bovenstaande vertalingen kan opgemaakt worden dat Paulus waarschijnlijk bedoelt: mensen die invloed kunnen uitoefenen, vanuit een rijk geestelijk leven, zonder direct een uitvoerende taak in de gemeente op zich te nemen.

Mensen als ‘krachten’, lijken eerder een adviserende en begeleidende taak binnen de plaatselijke gemeente te hebben.

Hierna:

Genadegaven/geschenken uit vriendelijkheid van gezondmakingen.
Meestal wordt bij ‘genadegaven van genezingen’ gedacht aan lichamelijke genezingswonderen.
In de plaatselijke gemeente wijst God echter mensen aan, als geschenken van gezondmaking.

Gedacht kan worden aan pastorale werkers die in eerste instantie gemeenteleden helpen om herstel te brengen in hun persoonlijk (geestelijk) leven, waardoor vaak ook lichamelijke klachten verdwijnen.
Dit kan samengaan met het zich uitstrekken naar puur lichamelijke genezing.

Hulpverleningen.
God wijst ook mensen aan met de opdracht om te helpen, om bij te staan.
Dit is natuurlijk een opdracht voor elke discipel van Jezus Christus, maar hier gaat het om mensen die God een plaats geeft voor een specifieke opdracht van hulpverlening binnen de gemeente.
Deze mensen worden over het algemeen diakenen genoemd.

Het besturen.
Dit zijn mensen die God een plaats aanwijst om de gemeente te besturen.
Doorgaans noemt Paulus deze mensen oudsten of opzieners.
Zie hiervoor een afzonderlijke studie.

Verscheidenheid van tongen/talen.
Mensen, als verscheidenheid van talen/tongen.
Het is niet helemaal duidelijk wat Paulus hiermee bedoelt.

Als Paulus hiermee een bediening van het spreken in tongen door de Heilige Geest voor ogen had, dan had hij waarschijnlijk ook vertolking vernoemd.
Mogelijk bedoelt Paulus met mensen als verscheidenheid van talen/tongen, personen die vreemde talen gestudeerd hebben en zich inzetten voor de anderstaligen in de gemeente.

Besluit.

In deze studie is geprobeerd aan te geven hoe God, volgens het onderwijs van de apostel Paulus, de structuur van de plaatselijke gemeente ziet.
Hierbij worden enkele bedieningen genoemd, voor mensen die een verantwoordelijkheid krijgen als ‘werkingen door God’ (1 Corinthiërs 12:6).

‘Werkingen’ is de vertaling van het Grieks ‘energema’, dat het best omschreven wordt als ‘energiek werkzaam zijn’, dus mensen waarvan verwacht wordt dat zij zich energiek zullen inzetten en daden zullen stellen in de plaatselijke gemeente.

Deze hoofdlijnen zullen verder uitgewerkt moeten worden in iedere plaatselijke gemeente van Jezus Christus.

Opmerkingen:

God wijst mensen aan voor een specifieke taak op grond van hun geestelijk leven in overeenstemming met Zijn Woord.
Dat is de reden waarom er verwacht wordt dat de gemeenteleden hen autoriteit toekennen, zolang als blijkt dat het leven van deze mensen, in woord en daad, in overeenstemming is met Gods Woord.
Zo niet, zouden deze personen hun taak in de gemeente moeten neerleggen.

Een afzonderlijke studie bespreekt de meest bekende functie binnen veel gemeenten, namelijk die van voorganger, of pastor, die in deze studie ontbreekt.

 

Deze studie downloaden in PDF:
1 Corinthiërs 12:28 – Structuur van de plaatselijke gemeente.