Begin en einde van het O.T. en het N.T.

De geschriften van de Bijbel zijn opgedeeld in wat genoemd wordt het Oude en het Nieuwe Testament. Deze opdeling heeft te maken met twee afzonderlijke verbonden, die God met mensen gesloten heeft.

Het Oude Testament.

Het Oude Testament is vernoemd naar het verbond dat God sloot met Abram.
God riep Abram, die kinderloos was, (God veranderde later zijn naam in Abraham = vader van vele volken) en beloofde hem tot een groot volk te maken, waaruit later de Messias geboren zou worden, met de woorden:

Ga uit uw land en uit uw maagschap (uw familie) en uit het huis van uw vader naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, … en met u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.
(Genesis 12:1-3)

Later bevestigde God zijn belofte aan Abram met een verbond:

Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HERE aan Abram en zei tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken. … Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn.   (Genesis 17:1-7)

De aanduiding ‘Oude Testament’ slaat op dit eeuwige verbond, dat God sloot met Abraham en zijn nageslacht. Uit dit verbond is het volk Israël ontstaan.

Het Nieuwe Testament.

Uit het volk Israël is de Messias, Jezus Christus geboren, die namens God een ander, een nieuw verbond sloot met de mensheid. Hij deed dit tijdens de Sedermaaltijd met zijn twaalf discipelen, vlak voordat Hij gekruisigd zou worden.
Bij de Sedermaaltijd, die ook nu bij de viering van Pesach door de Joden gegeten wordt, gaf Jezus een nieuwe symbolische betekenis aan het brood en aan één van de bekers wijn.

Uit het evangelie van Mattheüs:

En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zei: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zei: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.   (Mattheüs 26:26-28)

Uit het evangelie van Lucas:

En Hij (Jezus) nam een brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het hun (de discipelen), zeggende: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt.   (Lukas 22:19-20)

Deze beker na de maaltijd, is de derde van vier bekers die gedronken worden tijdens de Sedermaaltijd. Deze derde beker heeft de betekenis van: ‘Ik zal jullie redden’ of ‘de beker van de verlossing’.

Jezus stelt deze beker als symbool van een nieuw verbond dat God sluit met de mensheid.
Dit is een nieuw verbond in het bloed van Jezus, want:

Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed,   (Romeinen 3:25)

Ook dit verbond is eeuwig, want:

(Jezus) Christus, opgetreden als hogepriester … is met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom (de hemelse tabernakel), waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.   (Hebreeën 9:11-12)

Dit verbond is de vervulling van de belofte die God aan Abram gedaan heeft toen Hij zei:

Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, … en met u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.
(Genesis 12:3)

De apostel Paulus werkt dit uit in zijn brief aan de Galaten, waarbij hij tot de conclusie komt:

Gij bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn.   (Galaten 3:7)
Zij, die uit het geloof (in Jezus Christus) zijn, worden dus gezegend tezamen met de gelovige Abraham.   (Galaten 3:9)

Door dit nieuwe verbond in het bloed van Jezus, is de zegen die God uitsprak voor het nageslacht van Abraham uitgebreid ‘tot alle volken’, zoals Paulus schrijft:

is de zegen van Abraham tot de heidenen (de niet-Joden) gekomen in Jezus Christus …   (Galaten 3:14)

Het begin van het Oude en het Nieuwe Testament.

In de Bijbel begint het Oude Testament bij het ontstaan van de wereld, zoals beschreven wordt vanaf Genesis 1 vers 1.
Het Oude Testament is echter vernoemd naar het ‘Oude’ of ‘Eerste Verbond’ dat God sloot.
Het Oude Testament begint dus eigenlijk pas met de belofte van God aan Abram in Genesis hoofdstuk 12, de belofte die God later bevestigt met een verbond in hoofdstuk 17.

Het Nieuwe Testament begint in principe daar, waar het ‘Nieuwe Verbond’ van kracht werd.
De apostel Paulus schrijft:

En in Hem (Jezus) hebben wij de verlossing door Zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van Zijn genade (de genade van God).   (Efeziërs 1:7)

Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus.   (Romeinen 5:1)

Kruisdood, opstanding en hemelvaart van Jezus zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Het is misschien onduidelijk op welk moment het nieuwe verbond in het bloed van Jezus precies van kracht werd.
Toch zou men kunnen stellen dat het verbond in Zijn bloed pas echt realiteit werd toen Jezus in de hemel verheerlijkt werd en Zijn plaats aan de rechterhand van God innam.

De hemelvaart van Jezus wordt beschreven in het eerste hoofdstuk van het boek Handelingen:

En nadat Hij (Jezus) dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij (de discipelen) het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen.   (Handelingen 1:9-11)

Paulus schrijft:

Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God is het, die rechtvaardigt; wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die aan de rechterhand van God is, die ook voor ons pleit.   (Romeinen 8:33-34)

Paulus merkt op:

Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, …   (Galaten 4:4)

Jezus werd geboren en leefde ‘onder de wet’, onder het ‘Oude Verbond’. Bij wijze van spreken, in het Oude Testament.
In de Bijbel begint het Nieuwe Testament met de vier evangeliën, die het leven van Jezus beschrijven, wat in principe inhoudt dat de vier evangeliën nog tot het Oude Testament gerekend  zouden kunnen worden.

Er kan gesteld worden dat het Nieuwe Testament begint met het boek Handelingen.

Het einde van het Oude en het Nieuwe Testament.

In de Bijbel eindigt het Oude Testament met het boek Maleachi.
Maar, God sloot met Abraham een eeuwig verbond.
In die zin kent het Oude Testament geen einde.

Ook het Nieuwe Testament is vernoemd naar een eeuwig verbond. Het eindigt dus niet met het boek Openbaringen.
Ook het Nieuwe Testament kent geen einde.

 

Deze studie downloaden in PDF:
Begin en einde van het O.T. en N.T.