De bereiding van zuurkool

De bereiding van zuurkool is een duidelijke illustratie van de betekenis van het Griekse woord ‘baptizo’ dat vertaald wordt met dopen, bij de waterdoop en de doop in het Heilige Geest.

Snij witte kool met een schaaf in zeer dunne reepjes.
Strooi er, per kilo kool, ongeveer 10/15 gram zout overheen.
Meng dit met de kool en bewerk en kneed alles goed. Er komt nu vocht vrij.
Stop de kool in een grote pot of aardewerken vat.
Strooi wat jeneverbessen tussen de kool.
Plaats de kool zeer vast in het vat, u zal zien dat het vocht boven de kool uit komt.
Zo niet, giet er gekookt water bij met 100 gram zout per liter, tot de kool onder staat.
Dek de gesneden kool af met enkele gewassen buitenbladeren van een kool. Plooi de randen van de bladeren naar binnen. Leg hierop een plankje of bord met daarop een zwaar gewicht. Geen metaal. Meestal gebruikt men een gewassen kei.
Plaats de kool enige dagen in een plaats met kamertemperatuur (van ongeveer 25°C).
Nadien, als de gisting gestart is, mag ze verhuisd worden naar een frisse plaats. Dit gisten is te merken aan het schuim dat zich ontwikkelt en aan de geur…!
Na ongeveer zes weken kan de zuurkool gegeten worden.
Zorg ervoor dat de kool onder vocht blijft staan, telkens er kool uit het vat genomen wordt en dek ze terug af met het gewassen deksel.
Kom nooit met blote handen aan de kool !

 

Deze toelichting downloaden in PDF:
De bereiding van zuurkool.