Efeziërs 4:11 – Structuur van de univerele gemeente

In 1 Corinthiërs 12:28 geeft de apostel Paulus een ruwe schets voor de structuur van de plaatselijke gemeente.
De plaatselijke gemeente echter is een onderdeel van de universele gemeente, het gehele lichaam van Jezus Christus.
Paulus schrijft:

Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus; want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt (te drinken gegeven).   (1 Corinthiërs 12:12-13)

Paulus schrijft dit met het oog op de plaatselijke gemeente, maar elke plaatselijke gemeente is eveneens onderdeel van het gehele lichaam van Jezus Christus.

Paulus zegt over het avondmaal:

Omdat het één brood is, zijn wij, hoe velen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood.   (1 Corinthiërs 10:17)

En dat ene brood is Jezus Christus.

Spijtig genoeg worden deze uitspraken door klein menselijk denken beperkt tot het in stand houden van zoveel verschillende plaatselijke gemeenten met verschillende inzichten.
Maar Jezus is niet gedeeld, want:

… er is maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem.   (1 Corinthiërs 8:6)

De meeste brieven in het Nieuwe Testament zijn niet gericht aan individuele gemeenten, maar aan de inwoners van steden als Rome, Corinthe, Efeze, Filippi, Colosse,Thessalonica, of streken, zoals Galatië of breder:

Jakobus, een dienstknecht van God en van de Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.   (Jakobus 1:1)

Petrus, een apostel van Jezus Christus, aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in Pontus, Galatie, Kappadocie, Asia en Bitynie, …   (1 Petrus 1:1)

Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen, die een even kostbaar geloof als wij hebben verkregen door de gerechtigheid van onze God en Heiland, Jezus Christus.   (2 Petrus 1:1)

Voor dit ene lichaam, de universele gemeente, die de verzameling is van alle oprechte gelovigen, discipelen van Jezus Christus, heeft God een structuur gegeven, die Paulus beschrijft in Efeziërs 4:11.
In deze studie wordt hier aandacht aan besteed.

Waarom de universele gemeente?

Eerste reden:
Paulus opent deze brief met:

Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus, die [te Efeze] zijn; …
(Efeziërs 1:1)

In de uitgave van de Bijbelvertaling NBG51, die gebruikt wordt in de studies van de Levensschool, worden sommige woorden tussen [vierkante haken] geplaatst.
Dit zijn woorden die niet in alle gezaghebbende oude manuscripten teruggevonden worden.

Als [te Efeze] tussen vierkante haken geplaatst is, wil dit zeggen dat er gezaghebbende manuscripten zijn gevonden waarin de openingszin van Paulus luidt:

Paulus, door de wil van God een apostel van Christus Jezus, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus, die        zijn; …
(Efeziërs 1:1)

Blijkbaar heeft Paulus deze brief aan meerdere personen gedicteerd, of is deze brief verschillende keren overgeschreven. Het was dus niet de bedoeling dat hij toegezonden zou worden aan één bepaalde stad of gemeente. Hij moest persoonlijk overhandigd worden aan de gemeenten in de verschillende steden. Daarvoor werd er plaats opengehouden om de naam van de desbetreffende stad te kunnen invullen.
Enkel de brief die gericht is aan Efeze is bewaard gebleven, naast exemplaren waar er nog geen plaatsnaam was ingevuld.

Tweede reden:
In zijn brieven reageert Paulus meestal op situaties binnen de gemeenten waar hij naar schrijft.
Dat is niet het geval in de brief aan de Efeziërs.
Paulus schrijft deze brief op het moment dat hij in de gevangenis zit en de gemeenten wil ondersteunen.
In deze brief, gericht aan de gelovigen uit de heidenen, legt hij in het kort de betekenis van het evangelie uit en wat het betekent een discipel van Jezus Christus te zijn.

Zoals de teksten:

Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen. Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar [de wil van] God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.
Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste, omdat wij leden zijn van elkander.   (Efeziërs 4:20-25)

En:

Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig de roeping, waarmede gij geroepen zijt, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop van uw roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.   (Efeziërs 4:1-6)

Dit schrijft Paulus niet met het oog op één bepaalde plaatselijke gemeente, maar aan elke gemeente die zich een onderdeel weet van het universele lichaam van Jezus Christus.

Jezus bad tot Zijn Vader:

Ik bid niet alleen voor dezen (de 12 discipelen), maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.   (Johannes 17:20-23)

Het is voor Jezus blijkbaar uiterst belangrijk, zelfs zo dat Hij tweemaal achter elkaar bidt, dat zij die in Hem geloven in Hem zouden zijn én volmaakt één, opdat er een sterk getuigenis zou uitgaan van Zijn lichaam (de universele gemeente).

Dit is wat Paulus bedoeld heeft toen hij een algemene onderwijsbrief schreef aan de verschillende gemeenten.

Hij vermaande hen de eenheid van de Geest te bewaren, door de band van de vrede.

De tekst Efeze 4:11:

Opmerking:
Hier werkt Paulus verder uit, wat hij aangehaald heeft in 1 Corinthiërs 12:5.

… en er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Here (Jezus); …

Om de eenheid van de (universele) gemeente te bewaken en te bevorderen ziet Paulus een aantal personen, door Jezus aan de gemeente gegeven, in een bepaalde bediening.

In een meer letterlijke vertaling:

Hij, die neergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen (volledig te maken).   (Efeziërs 4:10)

En Hij (Jezus) heeft inderdaad gegeven,
- apostelen bovendien
- profeten bovendien
- evangelisten bovendien
- herders en
- leraars, …   (Efeziërs 4:11)

Met een duidelijk doel:

… om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus,

totdat wij allen de eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, …

Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weer geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, …

maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende in liefde, in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.

En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei van het lichaam, om zichzelf op te bouwen in de liefde.

Dit zeg ik dan en betuig ik in de Here, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, …

Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen.

Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus,

dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten,

dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken,

en de nieuwe mens aandoet, die naar [de wil van] God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste, omdat wij leden zijn van elkander.   (Efeziërs 4:12-25)

Een geweldig perspectief, zoals het zou moeten zijn, opdat er kracht zou uitgaan van het (universele) lichaam van Jezus Christus: zodat de wereld zou geloven en erkennen dat Jezus naar deze wereld gekomen is en plaatsvervangend stierf voor onze zonden.

Structuur van de universele gemeente.

Paulus ziet 5 bedieningen die bedoeld zijn om de verschillende plaatselijke gemeenten te ondersteunen en bijeen te houden.
Dit zijn personen die Jezus aan de (universele) gemeente geeft, tot opbouw van Zijn Lichaam.

Apostelen, profeten, leraars.

Apostelen, profeten en leraars zijn beschreven in de studie over 1 Corinthiërs 12:28, waarin Paulus de structuur beschrijft van de plaatselijke gemeente.
Voor verdere uitleg kan deze studie geraadpleegd worden.

Apostelen, profeten en leraars zullen eerst door God aangewezen zijn voor een bediening in de plaatselijke gemeente. Hier kunnen zij ervaring opdoen en groeien in hun bediening door een leven in relatie met Jezus Christus .
Vanuit hun plaatselijke gemeente kunnen zij dan door Jezus gegeven worden in een bediening aan de universele gemeente, om de plaatselijke gemeenten te ondersteunen en nieuwe gemeenten te stichten.

Denk aan de apostelen die eerst leiding gaven aan de gemeente te Jeruzalem, maar later uitwaaierden over de hele wereld.
Ook Paulus en Barnabas die, samen met andere profeten en leraars werkzaam waren in de gemeente van Antiochië, vandaar werden uitgezonden.

En terwijl zij vastten bij de dienst van de Here, zei de Heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus (Paulus) af voor het werk, waartoe Ik hen geroepen heb.

Toen vastten en baden zij, en legden hun de handen op en lieten hen gaan.

Dezen dan, door de Heilige Geest uitgezonden, trokken naar Seleucië en voeren vandaar naar Cyprus; …   (Handelingen 13:2-4)

Evangelisten.

Duidelijk een bediening die niet wordt uitgeoefend in de plaatselijke gemeente, maar daarbuiten.
Liefst wel vanuit, of in samenspraak met één of meer plaatselijke gemeenten.

Iemand die van God de natuurlijke bekwaamheid heeft gekregen om complexe zaken op een eenvoudige, verstaanbare manier uit te leggen zal in staat zijn de kern van het evangelie op een eenvoudige manier uit te leggen, aan mensen die niet vertrouwd zijn met Gods Woord, als hij daarbij een levende relatie met Jezus Christus heeft.
Zo iemand wordt door Jezus Christus aan de (universele) gemeente gegeven als evangelist.

Mensen die tot geloof komen door de bediening van een evangelist zullen opgevangen moeten worden door de plaatselijke gemeenten. Niet noodzakelijk door hen te verwijzen, of gelijk mee te nemen naar een samenkomst, maar door hen de mogelijkheid aan te bieden verder onderwezen te worden vanuit de Bijbel.

De opdracht van Jezus is:

Gaat dan heen, maakt al de volken tot mijn discipelen … en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.   (Mattheüs 28:19)

De opdracht is niet alle volken te bekeren, maar ze tot discipelen te maken.
Bekering, door de dienst van een evangelist, behoort uit te monden in een leven in relatie met de Drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
Een leven ook in overeenstemming met de normen en waarden van het Hemelse Koninkrijk.

Herders.

Het lijkt vreemd dat de herder een bediening is voor de universele gemeente en niet voor de plaatselijke gemeente.
Paulus zegt tot de oudsten van de gemeente(n) te Efeze:

Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente van God te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.   (Handelingen 20:28)

Opzieners en oudsten hebben de opdracht de plaatselijke gemeente te weiden.
Hierbij hebben zij geen verantwoordelijkheid over het leven van de individuele gelovige.
Die verantwoordelijkheid ligt bij de gelovige zelf, in relatie met Jezus, zoals Petrus schrijft:

Want gij waart dwalende als schapen, maar thans hebt gij u bekeerd tot de herder en hoeder (episkopos = opziener) van uw zielen.
(1 Petrus 2:25)

Deze Herder en Hoeder (Opziener) is Jezus. Hij is de Goede Herder en waakt over de ziel van de individuele gelovigen.

De taak van een herder:
Een herder heeft als taak:

  • De schapen te brengen naar grazige weiden en koele wateren  (denk aan Psalm 23)
    Hiervoor zullen zij soms vooraf de giftige planten van weidegrond moeten verwijderen.
  • De kudde bijeen te houden en afgedwaalde schapen terug te halen.
  • Zieke schapen te verzorgen.
  • De kudde te beschermen tegen roofdieren.

De herders, gegeven aan de universele gemeente, hebben een opdracht die een combinatie zal zijn van deze verschillende taken.
Gezien zij gegeven zijn aan de universele gemeente, zullen de schapen hier de verschillende individuele gemeenten vertegenwoordigen.

Herders moeten opmerkzaam zijn en de gemeenten bijsturen daar waar nodig.
Gezien Paulus herders en leraars samen noemt, zullen zij in nauw contact met elkaar staan en gezamenlijk waken over een gezonde leer binnen de plaatselijke gemeenten.
Zij moeten opmerkzaam zijn voor valse leerstellingen binnen de gemeenten en die ontmaskeren.

Ook zullen zij moeten waarschuwen tegen aanvallen van buiten de gemeente, in de veranderende wereldgeest en ervoor zorgen dat de gemeenten degelijk en duidelijk onderwijs ontvangen om zich hiertegen te wapenen, vanuit het Woord.

Samengevat:

Jezus heeft mensen aan de gemeente gegeven:

… om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon,

tot opbouw van het lichaam van Christus,

totdat wij allen de eenheid van het geloof

en van de volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben,

de maat van de wasdom van de volheid van Christus.   (Efeziërs 4:12-13)

Het is dus van groot belang:

  • dat mensen met deze bedieningen gezien en erkend worden
  • dat de plaatselijke gemeenten open zouden staan voor advies ‘van bovenaf’ om gezamenlijk te zoeken naar de wil van God:

En dit:

… opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid van God bekend zou worden, naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd,
in wie wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen hebben door het geloof in Hem.   (Efeziërs 3:10-12)

Wat een Goddelijke kracht zou er in de wereld uitgaan van het Lichaam van Jezus Christus indien de eenheid in Christus hersteld zou worden, dwars door alle verschillende plaatselijke gemeenten en denominaties heen!!

 

Deze studie downloaden in PDF:
Efeziërs 4:11 – Structuur van de universele gemeente.