Galaten 6:7-8 – Zaaien en oogsten

De tekst:

Wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie op de akker van zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op de akker van de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten.   (Galaten 6:7-8)

Letterlijk:

Wie zijn vlees inzaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie de Geest inzaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten.

Zaaien:

Zaaien is een vorm van vertrouwen schenken.
De boer die zijn land inzaait, vertrouwt zijn zaaigoed toe aan de grond in de verwachting een veelvoud te zullen oogsten.

Als het zaaigoed van goede kwaliteit is, zal de opbrengst van de oogst bepaald worden door de kwaliteit van de grond, waaraan het zaad wordt toevertrouwd.

Wie zijn vlees inzaait zal verderf oogsten.

‘Vlees’ staat in de Bijbel voor de ziel die gericht is op de zichtbare wereld en de eigen verlangens.
‘Zijn vlees inzaaien’ betekent zoveel als: de verlangens van het hart, de ziel, willen realiseren naar eigen inzicht en in eigen kracht, volgens de normen van de wereld.

De verlangens van het hart kunnen kwalitatief hoogwaardig zaaigoed zijn. Mogelijk geïnspireerd door de Heilige Geest.
Maar de discipel die ‘zijn vlees inzaait’ met deze verlangens zal oogsten wat hijzelf en de wereld voortbrengen.
Deze opbrengst kan de norm van Gods Koninkrijk niet doorstaan en is waardeloos in het licht van de eeuwigheid.

Wie zijn vlees inzaait, zal verderf (volgens de vertaling van de OLB: vernietiging, verwoesting, ondergang) oogsten.
Denk hierbij aan de derde slaaf uit de gelijkenis van de talenten.

Uit de gelijkenis van de talenten - Mattheüs 25:14-30.

De derde slaaf die in deze gelijkenis afrekent bij zijn heer, had er moeite mee dat hij de opbrengst van zijn arbeid aan de heer zou moeten afstaan.
Hij deed niets met het talent dat hij had ontvangen. Hij stopte het in de grond en ging zijn eigen weg in het leven.

Het feit dat deze slaaf zijn ‘talent’ in de grond stopte, kan ook gezien worden als zaaien.

In de studie over de gelijkenis van de talenten wordt uitgelegd dat het ‘talent’ in deze gelijkenis het beeld is van de Heilige Geest die de Goddelijke liefde uitstort in het hart van de discipel.

Het lijkt vreemd dat een discipel deze liefde van God kan ‘zaaien in zijn vlees’, om voor zichzelf de opbrengst te oogsten.
Toch blijkt het mogelijk om in een geestelijke bediening te staan en de werking van de Heilige Geest te ontvangen tot eigen eer.

Jezus zei:

Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil van mijn Vader, die in de hemelen is.
Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan?
En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers van de wetteloosheid.   (Mattheüs 7:21-23)

De discipelen uit bovenstaande gelijkenis hebben in de naam van Jezus geprofeteerd, boze geesten uitgedreven en vele krachten gedaan.
Zij stonden in een grote geestelijke bediening en waren zelfs voor veel gelovigen tot zegen.
Nochtans zei Jezus tegen hen: Ik heb u nooit gekend en Hij noemde hen, werkers van de wetteloosheid.
Letterlijk staat er: Ik heb u nooit leren kennen, werkend zonder wet.

In het werk dat de Heilige Geest door hen heen verrichtte leefden deze mensen voor zichzelf.
Zij waren erop uit om de vruchten van hun bediening voor zichzelf te ‘oogsten’ en leefden niet vanuit de wet van de liefde.
Hierdoor hadden zij geen relatie met Jezus en waren zij Hem onbekend.

Het ‘loon’ dat zij ontvingen, was eer van mensen, maar zij hadden geen loon bij God.

Wie de Geest inzaait zal uit de Geest eeuwig leven oogsten.

‘De Geest inzaaien’ staat voor de discipel die vertrouwt op de Heilige Geest, die met de Goddelijke liefde woning gemaakt heeft in zijn hart.
Dit is de discipel die leeft in relatie met en in gehoorzaamheid aan Jezus, in vertrouwen op de kracht van de Heilige Geest.
Zijn leven zal een getuigenis zijn voor de naam van Jezus.
Hierdoor wordt er, door zijn bediening,  liefde voor Jezus opgewekt in het hart van de mensen die hij ontmoet.
Wie zo de Goddelijke liefde door de Heilige Geest ‘inzaait’, zal de vrucht van de Geest in zijn leven ervaren en uit de Geest eeuwig leven oogsten.

Daarom:

Laten wij niet moede worden (letterlijk: de moed verliezen) goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet verslappen (letterlijk: wanhopen). Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten (letterlijk: hen die behoren tot het huis van geloof, het gezin van God).   (Galaten 6:9-10)

Vrij vertaald:

Laten wij de moed niet verliezen om goed te doen,
want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij niet wanhopen.
Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen,
maar inzonderheid voor hen die behoren tot het gezin van God.   (Galaten 6:9-10)

Zie ook de studie: Spreuken 16:3 - Beveel de Here uw werken.

 

Deze studie downloaden in PDF:
Galaten 6:7-8 - Zaaien en oogsten.