Enkele kanttekeningen bij discipelschap

21. Discipel

 

 

In het bijbelvers 1 Johannes 5:18 schrijft Johannes dat een discipel van Jezus niets te vrezen heeft van de satan, omdat die hem niet meer raken kan.
In de studie ‘Discipelschap (1)’ is dit schematisch voorgesteld door een dikke zwarte lijn die in de geestelijke wereld scheiding maakt tussen de geest van de discipel en het rijk der duisternis.
Dit is dezelfde schematische voorstelling als van Adam en Eva in het paradijs, vòòr de zondeval.

 

 

Onderscheid tussen het paradijs en de tijd van nu.

Adam en Eva waren volmaakt geschapen en leefden in een volmaakte relatie met God, in een volmaakte wereld.
Door hun ongehoorzaamheid aan God werd hun relatie met Hem verbroken. Sindsdien wordt de mens geboren met een natuur die niet op God, maar op zichzelf en op de wereld gericht is.
Omdat de aardbodem sinds de zondeval door God vervloekt is, leeft hij daarbij ook nog in een onvolmaakte wereld.
Hierdoor leeft de discipel van Jezus eveneens in het spanningsveld dat in de Bijbel de strijd tussen ‘het vlees’ en ‘de geest’ genoemd wordt.  Dit is de voortdurende strijd om te willen kiezen tussen de natuurlijke hartsverlangens en de wil van God.

Overeenkomst tussen Adam en Eva en de discipel.

Zoals uitgebeeld in de schematische voorstelling kon de satan geen rechtstreekse invloed uitoefenen op de geest van Adam en Eva. Hij kan dat ook niet op de geest van een discipel van Jezus.

Het was via de zichtbare wereld dat Eva door de satan werd verleid, doorheen een slang die tot haar sprak.
Ook nu zal de satan de discipel trachten te verleiden via de zichtbare wereld, in een poging de natuurlijke verlangens van de discipel op te wekken.

Johannes waarschuwt dan ook:

Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde van de Vader is niet in hem. Want al wat in de wereld is
- de begeerte van het vlees, (het verlangen de eigen wensen te vervullen)
- de begeerte van de ogen (verlangens die opgewekt worden door wat men ziet)
- en een hovaardig leven (opschepperig leven, op eigen kunnen of wereldse zaken vertrouwend) is niet uit de Vader, maar uit de wereld.   (1 Johannes 2:15-16)

De strijd, ook in het leven van de discipel.

In het leven moet iedereen keuzes maken tussen ‘goed’ en ‘niet goed’.
Voor de discipel is Jezus dé norm voor wat ‘goed’ is, zoals Johannes schrijft:

Hieraan onderkennen wij, dat wij Hem (Jezus) kennen: indien wij zijn geboden bewaren (zorgvuldig letten op zijn geboden, zijn geboden naleven).   (1 Johannes 2:3)

Wie zegt, dat hij in Hem (Jezus) blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft.   (1 Johannes 2:6)

Johannes schrijft over de discipel die bewust leeft onder de autoriteit van Jezus:

Een ieder, die in Hem (Jezus) blijft (letterlijk: in Jezus verblijft, wacht op Jezus), zondigt niet; een ieder, die zondigt (letterlijk: in zonde leeft), heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend.   (1 Johannes 3:6)

Wie de rechtvaardigheid doet (letterlijk: rechtvaardig leeft), is rechtvaardig, gelijk Hij (Jezus) rechtvaardig is.   (1 Johannes 3:7)

Wie de zonde doet (letterlijk: in zonde leeft) is uit de duivel, want de duivel zondigt van in het begin. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel verbreken zou. Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad van God blijft in hem en hij kan niet (is niet in staat te) zondigen, want hij is uit God geboren.   (1 Johannes 3:8-9)

Dit is het beeld van de volmaakte Mens, Jezus Christus, die gedurende heel Zijn leven op aarde niet zondigde tegen de wil van God, Zijn Vader.
Dit is het ideale beeld van de discipel die leeft vanuit de Goddelijke liefde die door de Heilige Geest in zijn hart is uitgestort.
Iemand die zich op deze manier aan Jezus heeft overgegeven kan niet zondigen.
Hij is niet in staat in te gaan tegen de wil van Jezus. Daardoor heeft de satan geen vat op hem.

Echter, niemand staat zo volmaakt in het leven.

Want wij struikelen allen in velerlei opzicht; …   (Jakobus 3:2)

Een discipel  moet zich dan ook in alles richten op de Heilige Geest en zich altijd volledig afhankelijk opstellen van Jezus Christus, want Hij alleen …

… kan u voor struikelen behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde.   (Judas 1:24)

Beijvert u (ook: haasten, ernstig met iets bezig zijn) daarom des te meer om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet (letterlijk: want dit doende), zult gij nimmer struikelen.   (2 Petrus 1:10)

Al heeft de satan sinds Golgotha geen natuurlijke autoriteit meer in de wereld, toch kan hij nog steeds werkzaam zijn in het leven van mensen die hem, bewust of onbewust, autoriteit in hun leven geven.
Ook een discipel van Jezus kan verkeerde keuzes maken en daardoor terechtkomen op het terrein van de satan. Een discipel zal zich dus steeds bewust moeten zijn van zijn handel en wandel, want:

Zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte.   (Jakobus 1:14)

… en kunnen er barsten ontstaan in de afscherming naar het rijk der duisternis.
De discipel zal zich er steeds opnieuw over moeten beraden of zijn leven nog in overeenstemming is met de wil van Jezus.

Daarom:

Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad (ook: vol harde arbeid, ergernissen, ontberingen). Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil van de Here (Jezus) is.   (Efeziërs 5:15-17)

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden (wegvluchten).   (Jakobus 4:7)

Met de goede raad van Paulus:

Daarom … blijft … uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.
Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen van God te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, het woord van het leven vasthoudende. (Filippenzen 2:12-15)

En, mocht iemand toch struikelen:

… wij hebben een voorspraak (advocaat) bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.   (1 Johannes 2:1-2)

Bij dit alles belooft Jezus:

Zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.   (Mattheüs 28:20)

 

Deze studie downoaden in PDF:
Enkele kantekeningen bij discipelschap.