Markus 5:22-34

En er kwam een van de oversten van de synagoge, genaamd Jaïrus, en toen deze Jezus zag, wierp hij zich neer aan zijn voeten, en hij smeekte Hem dringend, zeggende: Mijn dochtertje ligt op haar uiterste; kom toch en leg haar de handen op, dan zal zij behouden worden en in leven blijven. En Hij ging met hem mee en een grote schare volgde Hem en zij drongen tegen Hem op.

En een vrouw, die twaalf jaar aan bloedvloeiingen geleden had, en veel doorstaan had van vele dokters en al het hare daaraan ten koste had gelegd en geen baat had gevonden, maar veeleer achteruit was gegaan, had gehoord, wat er van Jezus verteld werd, en zij kwam tussen de schare en raakte van achter zijn kleed aan. Want zij zei: Indien ik slechts zijn klederen kan aanraken, zal ik behouden zijn. En terstond droogde de bron van haar bloed op en zij bemerkte aan haar lichaam, dat zij van haar kwaal genezen was.

En Jezus bemerkte terstond bij Zichzelf de kracht, die van Hem uitgegaan was, en Hij keerde Zich om in de schare, en zei: Wie heeft Mij aangeraakt? En zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de schare tegen U opdringt en Gij zegt: Wie heeft Mij aangeraakt? En Jezus keek rond om te zien, wie dat gedaan had.

De vrouw nu, bevreesd en bevende, wetende wat met haar gebeurd was, kwam en wierp zich voor Hem neer en zei Hem de volle waarheid. En Jezus zei tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede en wees genezen van uw kwaal.

 

Deze tekst downloaden in PDF:
Markus 5:22-34