Mattheüs 5:17 – Jezus heeft de wet vervuld

Jezus zei:

Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
(Mattheüs 5:17)

Waar Jezus niet voor gekomen is.

In deze tekst zegt Jezus eerst waar Hij niet voor gekomen is.
Hij is niet gekomen om ‘de wet of de profeten’ te ontbinden.

‘Ontbinden’, is hier de vertaling van het Grieks ‘kataluo’:
Wat volgens de OLB betekent:

  • uiteen laten gaan
  • omverwerpen, ten val brengen
  • van kracht beroven, annuleren, afschaffen

Het Grieks woordenboek vertaalt o.a. met:

  • uitspannen, oplossen, vernietigen
  • opheffen, afschaffen

In andere Bijbelverzen wordt ‘kataluo’ meestal vertaald door ‘afbreken’.

Met ‘de wet of de profeten’ bedoelt Jezus de geboden en de leer van het Oude Testament, zoals blijkt uit Zijn uitspraken:

Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.   (Mattheüs 7:12)

Aan deze twee geboden (God liefhebben en je naaste als jezelf) hangt de ganse wet en de profeten.   (Mattheüs 22:40)

Het is dus duidelijk dat Jezus niet gekomen is om de wetten, die God in het Oude Testament gegeven heeft te ontkrachten, af te schaffen, of uiteen te doen vallen.
Hij waarschuwt:

Wie dan één van de kleinste van deze geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.   (Mattheüs 5:19)

‘Ontbindt’ is in dit vers de vertaling van het Grieks ‘luo’, dat volgens de OLB vertaald wordt met:

  • iemand (of iets) losmaken die gebonden was
  • losmaken van wetten die bindende kracht hebben
  • losmaken wat bijeen was of aaneengebouwd was
  • iets oplossen in delen, vernietigen

Jezus ziet ‘de wet en de profeten’ als één groot geheel en verklaart dat niemand ook maar het kleinste deel hiervan mag losmaken om daar alleen mee verder te gaan. Wie dat doet vernietigt de wet.
Al deze wetten en regels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Jezus is gekomen om de wet te vervullen.

Jezus zei: Ik ben niet gekomen om de wet te ontbinden, maar om te vervullen.

‘Vervullen’ is de vertaling van het Grieks ‘plero-oo’.
De OLB vertaalt met:

  • vol maken, aanvullen, maken dat overvloedig aanwezig is
  • volledig maken

Dit woord is o.a. terug te vinden in de teksten:

Wanneer het (visnet) vol is, haalt men het op de oever, …   (Mattheüs 13:48)

Maakt ook gij de maat van uw vaderen vol!   (Mattheüs 23:32)

Alle kloof zal gevuld worden, …   (Lukas 3:5)

… de discipelen werden vervuld met blijdschap en met de Heilige Geest.   (Handelingen 13:52)

Haar dienaar ben ik geworden … om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen.   (Colossenzen 1:25)

In leven en onderwijs heeft Jezus de wet ‘gevuld’, ‘vol gemaakt’, ‘inhoud gegeven’, ‘tot zijn volle recht doen komen’

Praktisch.

Voor Jezus zijn de wetten, waardoor God Zijn wil heeft bekendgemaakt, dé norm die aan de mensen onderwezen moet worden.

Om te begrijpen wat Jezus bedoelde, toen Hij zei dat Hij gekomen is om ‘de wet en de profeten’ tot zijn volle recht te doen komen, zouden deze wetten uit het Oude Testament vergeleken kunnen worden met het verkeersreglement.
Iedere weggebruiker wordt geacht dit reglement te kennen.
Iedereen wordt gestimuleerd om zich aan dit reglement te houden, onder druk van een mogelijke boete bij elke verkeersovertreding.

Maar waar is het verkeersreglement voor bedoeld?
Niet zoals sommigen mensen vinden dat het verkeersreglement een beknotting is van hun vrijheid in het verkeer, of een middel van de overheid om zoveel mogelijk verkeersboetes te kunnen uitschrijven.

Nee, het verkeersreglement is geschreven als een regelgeving, om het verkeer in goede banen te leiden, zodat iedere weggebruiker zich op de meest veilige manier in het verkeer kan begeven.

Zo is ook de wetgeving uit het Oude Testament niet een beknotting van de vrijheid. God is er ook niet op uit om mensen zo veel mogelijk te straffen.
Maar, als een liefdevolle Vader Hij heeft richtlijnen gegeven, Zijn handleiding voor een goed leven in relatie met Hem en in een gezonde maatschappij.

‘De wet en de profeten’ in het leven van de christen.

In de studie ‘Bekering’ wordt uitgelegd dat de zonden vergeven zijn, voor wie Jezus Christus in zijn hart gesloten heeft.
Door bekering zal men dus niet meer leven uit angst voor het overtreden van de wet.
In termen van het verkeersreglement betekent dit, dat men niet bang hoeft te zijn om beboet te worden, want wie gelooft in Jezus Christus krijgt geen ‘verkeersboete’ meer bij een overtreding van ‘het verkeersreglement’, de wet.

Praktisch.

Het verkeersreglement bepaalt dat men moet stoppen voor een rood licht.
Iedereen die toch doorrijdt riskeert te worden geflitst en de boete wordt dan automatisch thuis bezorgd.

Stel dat iemand midden in de nacht voor een rood stoplicht komt te staan. Omdat er in de verste verte geen auto te bekennen is rijdt de persoon gewoon door.
De flitspaal doet dan automatisch zijn werk en de boete volgt.

In het geestelijk leven functioneert dat op een andere manier.
Wie in Christus Jezus is, realiseert zich dat dit ‘stoplicht’ bedoeld is om het ‘verkeer’ vlot te laten verlopen. Als er helemaal geen verkeer is, is dat stoplicht dus niet van toepassing en mag men gewoon doorrijden. Er volgt ook geen boete, want er is geen flitspaal meer.

Dit betekent echter niet dat een christen zomaar al de wetten van God, heel het ‘verkeersreglement’, kan negeren, omdat Jezus Christus door zijn sterven aan het kruis op Golgotha vergeving van zonden heeft bewerkt, en er geen ‘boetes’ meer worden uitgeschreven.
Maar wanneer een christen begrepen heeft dat het ‘verkeersreglement’ bedoeld is om het verkeer vlot te laten verlopen, zal hij zich aan de regels houden en zich op een liefdevolle manier tegenover de andere ‘weggebruikers’ gedragen.

Niemand leeft alleen op een eiland, maar in een maatschappij, waar veel ‘verkeer op de weg is’. Wie de bedoeling van de wet begrepen heeft zal zich realiseren dat het uiterst verstandig is zich aan de wet te houden en te ‘stoppen voor een rood licht’.
Een christen die de wet overtreedt zal, ondanks het feit dat hij geen boete meer ontvangt, toch niet de volheid in zijn leven ervaren die Jezus hem wil geven.
Ook riskeert hij een ‘verkeersongeluk’ te veroorzaken en daar niet alleen zelf,  maar ook andere ‘weggebruikers’ in te betrekken, mogelijk met dodelijke afloop.

Terug naar het onderwijs van Jezus.

In de studie Discipelschap (1)’ wordt uitgelegd dat iemand het volle leven pas ontvangt op het moment dat hij Jezus de autoriteit over heel zijn leven toekent. Op dat moment stort de Heilige Geest de liefde van God uit in zijn hart, waardoor hij de wetten van God in zijn hart ontvangt.
Zoals Paulus schrijft dat:

… de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is.   (Romeinen 5:5)

En Petrus maant aan:

Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief vanuit een rein hart, als wedergeboren, … door het levende en blijvende woord van God.   (1 Petrus 1:22-23)

Een leven gestuurd door de liefde van en voor God gaat veel dieper dan het houden van de geboden uit het Oude Testament.
Jezus leert dat het naleven van de wet niet een kwestie is van het opvolgen van een aantal regels, maar van de instelling van het hart.
Hij zei:

Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht.
Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur.   (Mattheüs 5:21-22)

Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken.
Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.
(Mattheüs 5:27-28)

Er is ook gezegd: Al wie zijn vrouw wegzendt, moet haar een scheidbrief geven.
Maar Ik zeg u: Een ieder, die zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan ontucht, maakt, dat er echtbreuk met haar gepleegd wordt; en al wie een weggezondene trouwt, pleegt echtbreuk.   (Mattheüs 5:31-32)

Wederom hebt gij gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult uw eed niet breken, doch aan de Here uw eden gestand doen.
Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: …   (Mattheüs 5:33-34)
Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze.   (Mattheüs 5:37)

Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten
Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is   (Mattheüs 5:43-45)

Conclusie:

Jezus heeft de bedoeling van de wet duidelijk gemaakt, zoals God die Zelf al in het Oude Testament onder woorden bracht, toen Hij zei:

Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.   (Deuteronomium 6:5)

Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de HERE.   (Leviticus 19:18)

Jezus heeft deze uitspraken samengevat als de inhoud van heel ‘de wet en de profeten’ met:

Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.   (Mattheüs 22:37-40)

Later schreef de apostel Paulus:

De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling (de invulling) van de wet.   (Romeinen 13:10)

Jezus onderwees zijn discipelen dat de kracht van hun getuigenis in deze wereld niet bepaald zou worden door het nauwgezet vervullen van een aantal wetten en regels, maar door de gesteldheid van hun hart. Hij zei:

Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.   (Johannes 13:34)

Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.   (Johannes 13:35)

Het leven van de christen wordt dus bepaald door de liefde.
In Gods Koninkrijk, het Koninkrijk van de hemelen, is de norm: liefde.
Deze liefde wordt in het Grieks verwoord door agape, dit is de dienende liefde, of anders gezegd, dienstbaarheid in liefde.
Sinds Jezus’ sterven en opstanding uit de dood wordt de mens niet meer beoordeeld op grond van de wet, maar op grond van een leven van dienstbaarheid in liefde, wat uiteindelijk de diepere betekenis van de wet is en de ondertoon in heel het getuigenis van de Bijbel, de Handleiding voor het Leven.
In zijn leven heeft Jezus duidelijk geïllustreerd wat dit leven in de praktijk in houdt. Hij zei:

Wie is de eerste (de belangrijkste): die aanligt, of die dient? Is het niet, die aanligt? Maar Ik ben in uw midden als dienaar.
(Lukas 22:27)

Nadat Hij de voeten van zijn discipelen had gewassen) Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.   (Johannes 13:14)

Jezus zei van Zichzelf:

Ik ben De Weg, De Waarheid en Het Leven.   (Johannes 14:6)

Een discipel van Jezus zal pas ten volle begrijpen wat dit betekent, als hij:

  • bewust leeft als dienaar, vanuit liefde voor God en de naaste,
  • verlangt in het leven te staan volgens het onderwijs van Jezus,
  • vertrouwt niet veroordeeld te zijn als hij volgens dat onderwijs toch een fout maakt.

Dàn zal hij het Leven ontvangen, zoals Jezus beloofde, toen Hij zei:

Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.   (Johannes 10:10)

 

Deze studie downloaden in PDF:
Mattheus 5:17 - Jezus heeft de wet vervuld.