Numeri 6:6 – Een dode / een lijk

In de wet op het nazireeërschap staat o.a.:

Al de tijd, dat hij zich aan de HERE gewijd heeft, zal hij bij geen dode komen …   (Numeri 6:6)

In dit vers is een dode de vertaling van twee Hebreeuwse woorden, namelijk ziel en het werkwoord doden – sterven.
In het Hebreeuws staat er letterlijk:

… zal hij bij geen dode ziel (of gestorven ziel) komen.

En een tweede Bijbeltekst vermeldt:

Ieder die een lijk, enig mens, die gestorven is, aanraakt, en zich niet ontzondigt, verontreinigt de tabernakel des HEREN, …
(Numeri 19:13)

Ook hier is een lijk de vertaling van dezelfde twee woorden in het Hebreeuws en staat er letterlijk:

Ieder die een dode ziel (of gestorven ziel), enig mens, die gestorven is, aanraakt …

De uitdrukking ‘een dode ziel’ voor iemand die gestorven is, komt enkel in deze twee verzen voor, allebei in het boek Numeri.
Een theoloog, die ook het Egypte van de oudheid bestudeerd had, merkte in een artikel op dat deze uitdrukking typisch is voor het oude Egypte.

Voor hem was dit een bevestiging dat Mozes¸ die van jongs af aan opgevoed was aan het hof van de Egyptische Farao, de auteur was van de eerste vijf boeken van het Oude Testament.

 

Deze tekst downloaden in PDF:
Numeri 6:6 – een dode / een lijk.