Vergeven in de praktijk

Vergeven is de vertaling van het Griekse woord ‘aphiemi’.
De juiste betekenis hiervan wordt uitgewerkt in ‘Vergeven – woordstudie’.
Hierin wordt duidelijk gemaakt dat ‘aphiemi’ een algemeen begrip is en in een relatie doorgaans aanduidt dat iemand:

  • iets los laat (een gebeurtenis of een uitspraak)
  • waardoor mensen in de vrijheid worden gesteld.  (de persoon die ‘vergeven’ wordt en/of de persoon die ‘vergeeft’)

Wat vergeven in de praktijk betekent, wordt uitgewerkt in deze studie.
Hierbij ligt de focus op het begrip ’vergeven’. Er wordt dan ook weinig aandacht besteed aan de gevoelens in de relatie tussen mensen, die hierbij een grote rol kunnen spelen.

Er zijn vier gebieden te onderscheiden waarin vergeven een rol speelt:

  • een mens in relatie met God
  • God in relatie met de mensen
  • een mens in relatie met zichzelf
  • mensen in relatie met elkaar

Een mens in relatie met God.

Sommige mensen hebben het nodig om God te vergeven !?
Dat klinkt vreemd vanuit de gedachte dat vergeven te maken heeft met zonde en schuld.
God is volmaakt en kan niet zondigen, want Hij is Licht. Waarom zou iemand hem dan moeten vergeven?
Toch zijn er mensen die vinden dat God fouten maakt. Ze zijn boos op Hem en verwijten Hem gebeurtenissen in hun persoonlijk leven, in het leven van andere mensen of in de wereld.
Deze boosheid staat hun relatie met Hem in de weg. Zij staan wantrouwig tegenover God, tegenover Jezus Christus en de Heilige Geest, omdat Zij niet voldoen aan de verwachtingen.

Voor deze mensen is het belangrijk om het handelen van God te ‘vergeven’, om hun oordeel over Hem los te laten.

  • God is soeverein en kan niet door mensen ter verantwoording worden geroepen
  • geen mens kan ten diepste het handelen van God doorgronden
  • maar, wie Hem ernstig zoekt, zal Hij nooit in de steek laten
  • God is ook rechtvaardig en laat een mens soms vrij in de persoonlijke verantwoordelijkheid over zijn eigen beslissingen.

God in relatie met de mensen.

Jezus bewerkte een volkomen vergeving van de zonden door zijn sterven aan het kruis.
Hierdoor werd Hij:

een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.   (1 Johannes 2:2)

a. Een verzoening voor de zonden van de gehele wereld.
Paulus schrijft:

… dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, …   (2 Corinthiërs 5:19)

God verlangde naar een volmaakte samenleving, waardoor Hij in het Oude Testament voorzag in een offerdienst om de zonden te vergeven, of door de zondaar uit de samenleving te verwijderen door de doodstraf.

Het sterven van Jezus heeft een volkomen vergeving van zonden bewerkt, voor alle mensen van de hele wereld.
God heeft zich verzoend met de wereld, door alle mensen de kans te geven de vergeving van zonden te ontvangen door het geloof in Jezus Christus.
Dit houdt echter niet in dat alle mensen zomaar behouden zijn.

b. Een verzoening door het geloof.
Enkel door het geloof in Jezus Christus wordt iemand bevrijd van de overtredingen.
De zonden worden ‘los gelaten’, van hem afgenomen, zoals Petrus schrijft dat Jezus

… onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven (letterlijk: verwijderd van de zonden), voor de gerechtigheid zouden leven; …   (1 Petrus 2:24 )

Als de zonden, door het geloof/vertrouwen in Jezus Christus van de gelovige zijn afgenomen, dan stelt Hij de gelovige voor Zich,

… stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat hij heilig is en onbesmet.   (Efeziërs 5:27)

Merk op:
Als er sprake is van het vergeven van de zonden, is de diepere betekenis steeds: het los laten, of los maken van de zonden.
Het zondoffer, dat de hogepriester bracht tijdens de Grote Verzoendag, waarbij de zonden op een bok werden gelegd, die ze naar de woestijn bracht om daar te sterven, beeldt dit prachtig uit.

Door het geloof in Jezus Christus wordt een mens door God in vrijheid gesteld, omdat hij wordt los gemaakt van zijn zonden. De zonden worden van hem afgenomen.
Zoals de slaaf, in de gelijkenis uit Mattheüs 18:23-35, vrijgemaakt werd, omdat de druk van de schuld voor een bedrag van 10.000 talenten van hem werd afgenomen.

Jesaja profeteerde:

… uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.   (Jesaja 59:2)

De vergeving van zonden, door het geloof in Jezus Christus, neemt deze scheiding weg, omdat de zonden van de gelovige worden afgenomen.
Daarbij is de vergeving geen einddoel, maar de deur die toegang geeft naar een leven in relatie met God, de Vader, voor mensen die tijdens hun leven een nieuwe schepping zijn geworden.
Het doel van vergeving is, dat wie zo door Jezus Christus bevrijd is, vanuit dankbaarheid als Zijn discipel in een intieme relatie met Hem gaat leven.
Door de navolging van Jezus Christus komt de discipel ook los van het verlangen tot zondigen, omdat de liefde van God uitgestort is in zijn hart, door de Heilige Geest.

Iemand in relatie met zichzelf.

Wie beseft dat hij/zij door het geloof in Jezus Christus vrijgesproken is van elke schuld, hoe groot die ook is, moet zichzelf niet blijven beschuldigen.
Wie ‘toegewijd zijn uiterste best doet’ om te leven als een discipel van Jezus Christus, is door Hem volledig aanvaard en mag in de vrijheid komen door zichzelf te vergeven.

God beoordeelt volkomen rechtvaardig.

  • Hij weet dat een mens leeft en handelt vanuit zijn verleden: afkomst, opvoeding, keuzes en  gebeurtenissen.
  • Hij weet dat niemand zal leven zonder te zondigen, maar regelmatig zal struikelen, ook als discipel van Jezus Christus.
  • Hij weet dat elk mens kan falen, hoe goed de bedoelingen ook zijn.

Als God met de mens verder wil gaan, ondanks zijn falen en hem/haar in de vrijheid stelt, mag een mens zichzelf niet veroordelen, maar in die vrijheid gaan leven.

Ook Paulus neemt die vrijheid als hij zegt:

Nu raakt het mij zeer weinig, of ik al door u of door enig menselijk gericht beoordeeld word. Ja, ook mijzelf beoordeel ik niet. Want ik ben mij van niets bewust …   (1 Corinthiërs 4:3-4)

Maar dit is natuurlijk geen vrijbrief voor een leven zonder de wet van God, want zegt hij:

… daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; …   (1 Corinthiërs 4:4)

Paulus laat het oordeel over zijn leven aan Jezus Christus, die rechtvaardig oordeelt, als hij zegt:

Hij, die mij beoordeelt is de Here.   (1 Corinthiërs 4:4)

Dit ontslaat natuurlijk niemand van zijn verantwoordelijkheden in relatie met andere mensen.

Mensen in relatie met elkaar.

Wat betreft vergeving in de relatie tussen mensen onderling, zijn er drie gebieden van belang:

  • De ander zijn persoonlijke verantwoordelijkheid laten.
  • De ander zijn verantwoordelijkheid laten ook al wordt ik benadeeld.
  • De ander vergeven die tegenover mij bewust in de fout is gegaan.

1. De ander zijn persoonlijke verantwoordelijkheid laten.
Mensen spreken vaak een oordeel uit over anderen, terwijl ze er niets mee te maken hebben, of ze bekritiseren mensen, omdat die dingen op een andere manier doen dan ze zelf gewoon zijn.

Jezus was uitgenodigd bij een vriend en tijdens de maaltijd, kwam

… een vrouw met een albasten kruik vol echte, kostbare nardusmirre; en zij brak de albasten kruik en goot de mirre over zijn hoofd.
(Markus 14:3)

Sommigen van hen die mee aanlagen waren verontwaardigd over deze verspilling (ter waarde van ongeveer 15 maandsalarissen) en oordeelden dat de mirre beter verkocht had kunnen worden, om de opbrengst hiervan aan de armen te geven.

Maar Jezus zei:

Laat haar begaan (aphiemi); waarom valt gij haar lastig? Zij heeft een goede daad aan Mij verricht.   (Markus 14:6 )

Er had ook vertaald kunnen worden: Vergeef haar; waarom valt gij haar lastig.

De vrouw verrichtte een handeling aan Jezus. Zij was niemand verantwoording verschuldigd, voor wat ze met haar persoonlijk eigendom deed. De enige die hierover een opmerking had kunnen maken is Jezus, omdat de vrouw de handeling aan Hem verrichtte.

Paulus zegt het zo:

Wie zijt gij, dat gij de knecht van iemand anders oordeelt? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Here is bij machte hem vast te doen staan.   (Romeinen 14:4)

Iedereen moet de ander, waarmee hij niet in een gezagsrelatie staat, zijn/haar persoonlijke verantwoordelijkheid laten en de ander zijn/haar handelen ‘vergeven’, het handelen van de ander ‘los laten’.
Zo zal hun relatie niet verstoord worden door veroordeling.

2. De ander zijn verantwoordelijkheid laten ook al wordt ik benadeeld.
Dit kan twee aspecten hebben:

  • De ander gaat per ongeluk in de fout.
  • De ander voert een opdracht uit.

De ander gaat per ongeluk in de fout.
Het kan gebeuren dat iemand zonder opzet een ander toch benadeelt.
Iedereen maakt wel eens per ongeluk een fout.
Kan iemand kwetsen door een ondoordachte uitspraak, of door een handeling waardoor de ander schade wordt berokkend, al was het maar een vlek op iemands kleding door het omstoten van een beker koffie.

Jezus leert in het ‘Onze Vader’:

… en vergeef ons onze schulden, gelijk (zoals) ook wij vergeven onze schuldenaren.   (Mattheüs 6:12)

De benadeelde behoort in elke situatie de fout van de ander ‘los te laten/te vergeven’ en zo de relatie vrij te houden van veroordeling.
Dat de ‘schuldige’ om vergeving zou vragen heeft dus weinig zin, maar het is natuurlijk wél belangrijk dat hij/zij zich realiseert wat er veroorzaakt is, een gemeende spijt betuigt (berouw heeft) en zijn verantwoordelijkheid opneemt i.v.m. de eventueel berokkende schade.

De ander voert een opdracht uit.
Iemand kan zich benadeeld voelen door een ander, die gewoon zijn beroep uitoefent of handelt in overeenstemming met zijn verantwoordelijkheid, zoals bijvoorbeeld een politieagent die een boete uitschrijft voor foutief parkeren.
De agent doet gewoon zijn werk en het is onjuist hem hiervoor uit te schelden.

‘Vergeef’ de opmerking die het afdelingshoofd maakt over een taak die niet correct is uitgevoerd. Accepteer zijn commentaar en probeer het werk in het vervolg beter te doen, zonder wrok of bitterheid.

De meest extreme situatie is te vinden bij Jezus, die gekruisigd wordt.
Als de soldaten de spijkers door zijn polsen en voeten slaan, ervaart Hij kennelijk in Zijn Geest dat Zijn vader dit niet meer kan aanzien en tussenbeide wil komen.
Jezus zei toen, riep het misschien wel uit in zijn pijnen:

Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.   (Lukas 23:34)

Met andere woorden:

Vader, laat de soldaten los, laat hen begaan, vergeef het hen. Zij voeren enkel een opdracht uit.

3. De ander vergeven die tegenover mij in de fout is gegaan.
Petrus kwam bij Jezus met de vraag:

Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe?   (Mattheüs 18:21)

Jezus antwoordde:

Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal.   (Mattheüs 18:22)

Het getal 7 is in de Bijbel het getal van de volheid van God.
Denk o.a. aan de schepping in zeven dagen, zeven dagen rond Jericho trekken en 7 maal op de laatste dag, het Loofhuttenfeest dat 7 dagen duurde, 7×7 voor het jubeljaar.
Als Petrus vraagt ‘tot zevenmaal toe’ is dat in zijn gedachtewereld meer dan voldoende.
Jezus zegt echter: tot 10 x 7 x 7.   (10 is het getal van de volledigheid)
Met andere woorden: Altijd.

Wie beseft dat Jezus altijd klaarstaat om te vergeven, moet ook zelf altijd klaar zijn om de ander te vergeven.
Dit is bijzonder belangrijk, want:

Met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden, en u zal boven die maat gegeven worden.   (Markus 4:24)

Jezus waarschuwt:

Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.   (Mattheüs 6:14-15)

Een discipel van Jezus Christus moet altijd bereid zijn de fouten van de ander ‘los te laten’, zodat de relatie met deze persoon open blijft en er eventueel aan herstel gewerkt kan worden.
De vraag: “Wil je mij vergeven”, is ook hier overbodig.
Denkend aan wat Jezus zegt, kan het antwoord van een discipel van Jezus Christus alleen maar “Ja” zijn.

Wanneer iemand bewust of onbewust de ander schade heeft berokkend, moet hij niet vragen om vergeving, maar echt berouw tonen en zich realiseren wat hij/zij veroorzaakt heeft.
Alleen dan is de weg vrij om de relatie tussen beiden partijen open te houden, of te herstellen.

Zie ook de studie: Vergeven – basisprincipes.

 

Deze studie downloaden in PDF:
Vergeven in de praktijk.