De priester naar de ordening van Melchisedek (4)

In dit vierde deel van de studiereeks over de priester naar de ordening van Melchisedek, wordt de betekenis van het wasvat uitgelegd. Na het brandofferaltaar is dit het tweede voorwerp dat de priester/discipel ontmoet in de voorhof, op de nieuwe en levende weg doorheen de tabernakel.
Ook wordt in deze studie uitgelegd wat het betekent om doorheen het tweede gordijn het heilige binnen te gaan, richting het volle leven in Jezus Christus en de troon van God.

De betekenis van het wasvat.

Wasvat

Het wasvat was vervaardigd volgens de opdracht van God aan Mozes:

Gij nu zult een vat van koper maken met een voetstuk van koper, voor de afwassingen, het plaatsen tussen de tent der samenkomst en het (brandoffer)altaar, en daar water in doen. En Aäron en zijn zonen zullen daarin hun handen en voeten wassen. Wanneer zij naar de tent der samenkomst komen, zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij naderen tot het altaar, om dienst te doen en een vuuroffer in rook te doen opgaan voor de HERE. Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; het zal voor hen een altoosdurende inzetting zijn, voor hem en voor zijn nakomelingen naar hun geslachten.   (Exodus 30:18-21)

Hij maakte het wasvat van koper, met een voetstuk van koper, van de spiegels van de dienstdoende vrouwen, die dienst deden bij de ingang van de tent der samenkomst.   (Exodus 38:8)

 

Spiegels:
Het Hebreeuwse woord ‘marah’, dat enkel in deze tekst door spiegels vertaald is, komt nog op 10 andere plaatsen voor in de betekenis van een openbaring, zoals in:

(Ezechiël vertelt) … toen ik te midden van de ballingen aan de rivier de Kebar was, werd de hemel geopend en zag ik gezichten van Godswege.   (Ezechiël 1:1)

(Na 21 dagen in gebed ziet Daniël de engel Gabriël) Alleen ik, Daniël, zag dat gezicht, …   (Daniël 10:7)

De koperen spiegels voor het wasvat, verwijzen dus niet naar de spiegels als voorwerp, maar naar dat, wat ze onthullen.
Wie in een spiegel kijkt ziet zichzelf, als het ware tot ‘openbaring’ van wie hij/zij is.
Bij het wasvat, ziet de priester/discipel zichzelf gereflecteerd in het koper.

Het wasvat is een symbool van wat Jezus voor de priester/discipel betekent.
Zich hier wassen betekent zijn eigengerechtigheid afleggen, bij het spiegelbeeld dat Jezus als ‘spiegel’ van hem/haar weergeeft. Dit is noodzakelijk, wil hij/zij zichzelf kunnen onderzoeken op wereldse denkbeelden en overleggingen, die door het contact met de wereld (geestelijk gezien: via de voeten) in zijn/haar gedachtewereld binnengeslopen kunnen zijn.

Zich wassen bij het wasvat betekent, zichzelf reinigen van alles wat de zuivere toetssteen van Jezus niet kan doorstaan.

Enkel de voeten:
Het wassen bij het wasvat in de voorhof, is een voorafspiegeling van wat Jezus deed, vlak voor dat Hij zou sterven.

Vroeger moesten de priesters bij het wasvat hun handen en voeten wassen.
Tijdens het laatste avondmaal waste Jezus enkel de voeten van zijn discipelen, niet ook hun handen.

Hij zei:

Wie gebaad heeft, behoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen (waarbij Jezus doelde op Judas).   (Johannes 13:10)

Hiermee wijzigde Jezus, als hogepriester naar de ordening van Melchisedek, de wetgeving betreffende het wasvat. Hij waste enkel de voeten van zijn discipelen.

De Levitische priesters moesten ook hun handen wassen, omdat zij, bij hun dienst in de tabernakel, hun handen vuilgemaakt zullen hebben.
Het priesterschap naar de ordening van Melchisedek is echter een geestelijk priesterschap.
De priester/discipel, die zich buiten de voorhof eerst heeft gebaad, werd gereinigd door het Woord en bekleed met de priesterkleding (uitgelegd in studie deel 2). Hij/zij moet zich daarna alleen de voeten wassen, vooraleer doorheen het tweede gordijn het heilige van de tabernakel binnen te gaan.

Zich reinigen van wereldse denkbeelden is noodzakelijk om de volgende stap doorheen het tweede gordijn te zetten op de nieuwe en levende weg, die de priester/discipel tot binnen het heiligdom brengt, richting de troon van God.

Opmerking:
Jezus zei tegen zijn discipelen:

Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.   (Johannes 13:14-15)

Zoals de priester naar de ordening van Melchisedek zich telkens opnieuw de voeten moet wassen, zo zal hij ook de andere priesters/discipelen helpen zich onbesmet van de wereld te vrijwaren.
Hierbij moet hij niet alleen kijken naar wat de ander doet (bij wijze van spreken: met zijn handen) maar begrip krijgen voor wat de ander beweegt, voor wat er leeft in zijn/haar ziel.
Die kan beschadigd en verward zijn vanuit opvoeding, gebeurtenissen in het leven, keuzes die gemaakt zijn, of verkeerde denkbeelden die zijn/haar gedachten hebben gevormd.

De ander de voeten wassen betekent dan zoveel als: de ander liefdevol helpen alle facetten van zijn/haar leven onder het gezag en de vergeving van Jezus Christus te brengen.

Een ernstige waarschuwing:
In de wet op het wasvat in Exodus 30, vermeld aan het begin van deze studie, komt tweemaal (in vers 20 en 21) de uitspraak voor ‘opdat zij niet sterven’.
Tweemaal betekent: een ernstige waarschuwing.

Vooraleer de Levitische priesters het heiligdom mochten betreden moesten zij hun handen en voeten wassen, anders zouden zij sterven!

Voor de priester naar de ordening van Melchisedek die enkel de voeten moet wassen,  heeft de tabernakel een geestelijke betekenis, zoals hierboven beschreven wordt.
Dit betekent: alles afwassen en loslaten, wat er aan wereldse denkbeelden werd opgenomen door het leven in de maatschappij.
Wereldse denkbeelden staan een heilige levenswandel in de weg en zijn niet verenigbaar met de zuiverheid van een leven in het heilige.

Om het volle leven in het heilige van de tabernakel te kunnen ontvangen, moet de priester/discipel vrij zijn van wereldse denkbeelden.
Hij/zij mag daarvan niets in het heiligdom binnenbrengen.

Daarom waarschuwt Petrus:

Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd van uw onwetendheid, maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig.   (1 Petrus 1:14-16)

Petrus wist waar hij het over had toen hij dit schreef.
Toen hij weigerde dat Jezus zijn voeten zou wassen, zei Jezus:

Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij (ook te vertalen als: hebt gij geen bestemming, of arbeid met mij).   (Johannes 13:8)

Doorheen het tweede gordijn in het heiligdom binnengaan.

Opmerking:
In het gesprek met Nikodemus legt Jezus uit, dat er een onderscheid bestaat tussen het Koninkrijk van God zien en dit Koninkrijk binnengaan.

Wie met Jezus in de voorhof leeft, ziet de tent van de tabernakel, waarin het heilige en het heilige der heiligen zich bevinden.
Wie in het heilige van de tabernakel binnengaat, zal God ontmoeten in het heilige der heiligen, de plaats waar Hij woont, tussen de cherubs op het verzoendeksel.
Dat is heel bijzonder omdat vroeger het voorhangsel scheiding maakte tussen het heilige en het heilige der heiligen, zodat de ark verborgen bleef voor de dienstdoende Levitische priesters.
Maar, toen Jezus stierf aan het kruis van Golgotha,

Scheurde het voorhangsel van de tempel in tweeën, van boven tot beneden.   (Markus 15:38)

Binnengaan in het heilige betekent binnengaan in het Koninkrijk der hemelen.
In de beslotenheid van het heilige, in de nabijheid van de troon van God, leeft de priester/discipel  met Jezus en ontvangt Hem in zijn/haar hart.

Dit is de vervulling van het leven dat Jezus in het vooruitzicht stelde toen Hij zei:

Ik ben gekomen, opdat zij een alles overtreffend leven hebben.   (vrij naar Johannes 10:10)

De betekenis van het tweede gordijn:

Het tweede gordijn, dat toegang gaf tot het heilige was, zoals het eerste gordijn, vervaardigd uit getweernd fijn linnen in de kleuren blauwpurper, roodpurper en scharlaken, beeld van wie Jezus Christus is als priester-koning.
Bij het eerste gordijn, om de voorhof te betreden, lag de nadruk op Jezus als priester.
Bij dit tweede gordijn, om het heilige van de tabernakel binnen te gaan, ligt de nadruk op Jezus als koning.

Doorheen het tweede gordijn het heilige binnengaan en de autoriteit van Jezus aanvaarden als Koning, is de volgende stap op de nieuwe en levende weg, richting de troon van God.

De priester naar de ordening van Melchisedek die doorheen het tweede gordijn (letterlijk door Jezus heen) het heiligdom binnengaat:

  • is gereinigd in het leven door het Woord
  • leeft vanuit de vergeving door Jezus Christus
  • is vrij van wereldse denkbeelden
  • en aanvaardt de autoriteit van Jezus over zijn/haar leven.

Of, zoals Jezus zei:

Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij.   (Lukas 9:23)

Verloochenen: het Griekse ‘aparneomai’ vertaalt de OLB met:

  • ontkennen – beweren dat men iemand niet kent
  • zicht op zichzelf en eigen belangen vergeten.

Zoals Jezus zei:

Wie zijn leven (psuche: ziel) liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven (psuche: ziel) haat (een afschuw heeft van zijn ziel) in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven.   (Johannes 12:25)

Anders gezegd:
Wie leeft volgens zijn/haar persoonlijke ideeën, wensen en verlangens, maakt dat het echte leven, zoals God het bedoelde, niet geleefd wordt. Wie deze ideeën loslaat en zich onderwerpt aan de normen en waarden van Jezus en het heilige binnengaat, om te leven in relatie met Hem, zal het alles overtreffende leven ontvangen, niet alleen in de eeuwigheid, maar ook in deze wereld.

De priester/discipel die doorheen het tweede gordijn het heilige binnengaat, zal niet sterven als hij/zij de wereldse denkbeelden niet heeft losgelaten.
Maar, hij/zij zal met deze denkbeelden niet de volle autoriteit van Jezus kunnen aanvaarden.
Hij/zij zal Jezus Christus (in het heilige vertegenwoordigd in de symbolen Licht op de kandelaar en Brood op de toontafel) niet in al Zijn volheid tot diep in zijn/haar ziel kunnen ontvangen.
Deze priester/discipel zal geestelijk gezien niet volledig tot wasdom komen in de relatie met Jezus en daardoor uiteindelijk niet het overvloedige leven leren kennen, dat Hij beloofd heeft.

Dit wordt verder uitgewerkt in de studie over de kandelaar.

 

Deze studie downloaden in PDF:
De priester naar de ordening van Melchisedek (4).