De priester naar de ordening van Melchisedek (7)

De vijfde studie in deze reeks beschrijft wat het betekent als de priester/discipel het heilige van de tabernakel, doorheen het tweede gordijn binnenkomt en daarbinnen Jezus ontmoet als het Licht, gedragen door de kandelaar.
Het zesde deel beschrijft de betekenis van het tweede symbool in het heilige, Jezus als het brood dat op de toontafel ligt en dat verlicht wordt door het licht op de kandelaar.

In dit zevende en laatste deel komt de priester naar de ordening van Melchisedek tenslotte, in het heilige, tot voor het reukofferaltaar te staan. Hier staat hij/zij in de onmiddellijke nabijheid van God de Vader, die in het heilige der heiligen, troont boven de cherubs op het verzoendeksel van de ark.

Het reukofferaltaar.

Reukofferaltaar

Ook het reukofferaltaar werd gebouwd volgens de aanwijzingen van God:

Gij zult een altaar, een offerplaats voor reukwerk, maken; van acaciahout zult gij het maken; een el lang en een el breed, zodat het vierkant is, en twee el zal zijn hoogte zijn; de hoornen zullen daarmee een geheel vormen. Gij zult het overtrekken met louter goud, het bovenvlak en de zijvlakken rondom, en de hoornen.   (Exodus 30:1-3)

Het reukofferaltaar was 45 cm in het vierkant en 90 cm hoog.
Ook dit was voorzien van draagstokken, alles vervaardigd van acaciahout en overtrokken met louter (zuiver) goud. Het was allerheiligst voor God. In het Hebreeuws spreekt Exodus 30:10 ervan dat het reukofferaltaar heilig, heilig, dus 2x heilig is.
De uitdrukking heilig, heilig wordt steeds met allerheiligst vertaald. (vertaling NBG’51)

Het reukofferaltaar stond voor het derde gordijn, dat het voorhangsel genoemd werd en dat scheiding maakte tussen het heilige en het heilige der heiligen.

Gij zult het zetten voor het voorhangsel, dat voor de ark der getuigenis is …
(Exodus 30:6)

Volgens Exodus 30:7-9 was het de hogepriester die op dit altaar reukwerk moest brengen.

Aäron nu zal daarop welriekend reukwerk in rook doen opgaan; elke morgen, wanneer hij de lampen in orde maakt, zal hij het in rook doen opgaan. Ook wanneer Aäron de lampen aansteekt in de avondschemering, zal hij het in rook doen opgaan voor het aangezicht des HEREN als een bestendig reukwerk voor uw geslachten. Gij zult daarop geen vreemd reukwerk brengen noch brandoffer noch spijsoffer, ook een plengoffer zult gij er niet op plengen.   (Exodus 30:7-9)

Volgens 1 Kronieken 6:49 behoorde dit ook tot de taken van de priesters.

Maar Aäron en zijn zonen hadden tot taak, de offers te brengen op het brandofferaltaar en het reukofferaltaar, en al het werk in het allerheiligste te verrichten en verzoening te doen over Israël, geheel overeenkomstig het gebod van Mozes, de knecht van God.
(1 Kronieken 6:49)

Zoals Lukas 1 beschrijft hoe de priester Zacharias, de vader van Johannes de Doper, volgens de regel van de priesterdienst uit die tijd, aangewezen werd om het reukoffer te brengen.

Het reukwerk.
Voor het reukwerk dat op dit altaar gebracht werd, gaf God speciale voorschriften aan Mozes:

Neem u welriekende stoffen: druipende hars, onyx en galbanum, welriekende stoffen en reine (of: zuivere) wierook, in gelijke delen. Gij zult dit alles maken tot een reukwerk, een mengsel, zoals een zalfbereider bereidt, gezouten, zuiver, heilig.   (Exodus 30:34-35)

Dit reukwerk was heilig voor God. Vervaardigd volgens dit recept, mocht het voor niets anders gebruikt worden en niemand anders dan de priesters mochten er aan ruiken. (Exodus 30:37)

Symboliek:
In het boek Openbaringen wordt beschreven hoe 24 oudsten zich neerwerpen voor het Lam:

… hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden van de heiligen.   (Openbaring 5:8)

Het reukwerk staat dus symbool voor de gebeden van de priester/discipel. Die zijn heilig voor God. En, zoals de samenstelling van het reukwerk voor niets anders gebruikt mocht worden, dan gebrand te worden op het reukofferaltaar, zo mag de priester/discipel zijn/haar gebeden enkel richten tot God.
De priester/discipel heeft op de weg doorheen de tabernakel een geestelijke vorming ontvangen.
Hierbij heeft hij/zij Jezus als Licht (ontstoken door de Geest) en Brood (het Woord van God, de Waarheid), in zijn/haar hart gesloten, door een leven in het heilige.
Zo zal de priester/discipel zijn/haar gebeden offeren op het reukofferaltaar, als een waarachtige aanbidder, zoals Jezus tegen de Samaritaanse vrouw zei:

… maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders; …   (Johannes 4:23)

Waarbij Geest aanduidt, dat de priester/discipel in de geest volkomen gericht is op Jezus, als het Licht en zich hierbij onderwerpt aan de Waarheid, het Woord, gesymboliseerd in de broden op de toontafel.

De Levitische priester, die het reukoffer bracht, stond hierbij vóór het voorhangsel dat het heilige der heiligen afsloot.
De priester naar de ordening van Melchisedek staat hierbij echter recht tegenover de ark, rechtstreeks voor het oog van God, want toen Jezus stierf, …

… scheurde het voorhangsel van de tempel in tweeën van boven tot beneden.   (Markus 15:38)

Het voorhangsel:

Over het voorhangsel had God tegen Mozes gezegd:

Gij zult een voorhangsel maken van blauwpurper, roodpurper, scharlaken en getweernd fijn linnen; met kunstig geweven cherubs zult gij het maken.   (Exodus 26:31)

… zodat het voorhangsel voor u scheiding maakt tussen het heilige en het heilige der heiligen.   (Exodus 26:33)

Het voorhangsel was op dezelfde manier vervaardigd als de gordijnen, die toegang gaven tot de voorhof en het heilige, met als enig verschil dat er nu afbeeldingen van cherubs in geweven waren.
Cherubs betekenen, dat de toegang gesloten is. Zij bewaakten het heilige der heiligen, dat voor de Levitische priesters verboden terrein was, net zoals de cherubs de toegang tot de boom des levens bewaakten, na de zondeval van Adam en Eva.
Slechts éénmaal per jaar, op Grote Verzoendag, mocht enkel de Levitische hogepriester het heilige der heiligen betreden.

Toen Jezus Zichzelf offerde aan het kruis op Golgotha, werd de vergeving van zonden mogelijk door het geloof in Hem.
Want:

… indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.   (1 Johannes 1:7)

De priester/discipel, gereinigd door het bloed van Jezus en geheiligd in het heilige, door een leven met Jezus als het Woord, mag voor het reukofferaltaar staand, naderen tot de troon van God.
In de brief aan de Hebreeën staat:

Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de genade (vriendelijkheid), opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen (letterlijk: en vriendelijke hulp ontmoeten) te gelegener tijd.   (Hebreeën 4:16)

Hiervoor moest de toegang tot het heilige der heiligen geopend worden.
De evangelisten beschrijven dat dit gebeurde bij het sterven van Jezus:

En Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest. En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën van boven tot beneden.   (Markus 15:37-38)   (zie ook: Mattheüs 27:51 en Lukas 23:45)

Door het voorhangsel te scheuren, maakte God het mogelijk dat de discipel/priester naar de ordening van Melchisedek, die voor Hem verschijnt bij het reukofferaltaar:

  • voor Zijn aangezicht komt te staan,
  • wat betekent dat God zelf een relatie met hem/haar wil aangaan.

Dit is zeer opmerkelijk, want ook de priester/discipel is niet volmaakt en struikelt nog regelmatig.

… maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.   (1 Johannes 1:7)

Tegen de priester/discipel die zo voor God verschijnt aan het reukofferaltaar, zegt Hij:

Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.   (2 Corinthiërs 6:16)

Daarom… houdt niet vast aan het onreine en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot Vader zijn en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Here, de Almachtige. (2 Corinthiërs 6:17-18)

Dit is een groot voorrecht, maar niet zonder opdracht:

Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling van het vlees en van de geest, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze van God (de eerbied voor God).   (2 Corinthiërs 7:1)

De ark.

De ark was vervaardigd volgens de Goddelijke opdracht:

Zij moeten dan een ark van acaciahout maken, twee en een halve el lang, anderhalve el breed, en anderhalve el hoog. Gij zult die overtrekken met louter goud; van binnen en van buiten zult gij die overtrekken en er rondom een gouden omlijsting op maken.
(Exodus 25:10-11)

Ark van het verbond

De ark was een kleine kist van acaciahout, met de afmetingen 112,5 cm op 67,5 cm en 67,5 cm hoog, van binnen en van buiten overtrokken met goud
De kist was afgesloten door het verzoendeksel met dezelfde afmetingen (Ex. 25:17), voorzien van twee gouden cherubs (Ex. 25:18) die tegenover elkaar stonden en één geheel vormden met het verzoendeksel (Ex. 25:18-19).

De ark was van draagstokken voorzien, om hem te kunnen dragen op de weg doorheen de woestijn.

In de beslotenheid van de ark lag, afgedekt door het verzoendeksel, ‘de Getuigenis’:

Gij zult het verzoendeksel bovenop de ark leggen en in de ark zult gij de getuigenis leggen, die Ik u geven zal.   (Exodus 25:21)

Deze ‘getuigenis’ bestond uit drie voorwerpen:

  • de 10 geboden, op twee platen van steen gebeiteld, keihard en onuitwisbaar  (Deuteronomium 9:5)
  • een kruik met 1 gomer = 2,2 l = 1,3 kg manna (Exodus 16:33)
  • de staf van Aäron die gebloeid had met bloesems, bloemen en amandelen (Numeri 17:8)
    (Amandelen: God laat er geen twijfel over bestaan, dat Hij waakt over het volbrengen van Zijn Woord – zoals uitgelegd in de studie over de kandelaar)

De getuigenis in de ark spreekt niet enkel van de 10 geboden, maar via het manna ook van de hele wet, waarvan Mozes tegen het volk zei:

Hij (God) verootmoedigde u, … en gaf u het manna te eten, … om u te doen weten, … dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat.   (Deuteronomium 8:3)

Het verzoendeksel:
De wet die in de ark lag, werd afgedekt door het verzoendeksel, zoals God zei:

Ook zult gij een verzoendeksel van louter goud maken, twee en een halve el lang en anderhalve el breed. En gij zult twee cherubs van goud maken, van gedreven werk zult gij ze maken, aan de beide einden van het verzoendeksel.   (Exodus 25:17-18)

… uit één stuk met het verzoendeksel zult gij de cherubs op zijn beide einden maken. De cherubs zullen twee vleugels uitgespreid houden naar boven, met hun vleugels het verzoendeksel bedekkende en hun aangezicht naar elkander gericht; naar het verzoendeksel zullen de aangezichten van de cherubs gericht zijn.   (Exodus 25:19-20)

Het verzoendeksel spreekt van Jezus en niet enkel van de vergeving door het geloof in Zijn bloed, maar vooral van wie Hij zelf is, want:

Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.   (1 Johannes 2:2)

De twee cherubs op het verzoendeksel vormden er één geheel mee. Hun blik was gericht op het verzoendeksel, dat ze met hun vleugels overschaduwden.
Ze lijken er over te waken dat de wet, gebeiteld op steen, de beslotenheid van de ark niet zou verlaten, zonder de verzoening. De wet is gegeven als onderwijs hoe God wilde dat de mensen zouden leven in relatie met Hem en in gemeenschap met elkaar.
Dit is geen leven enkel bij de 10 geboden, maar bij de hele wet, het hele Woord van God, dat vanuit de liefde voor God en Zijn Woord, liefde voor de naaste opwekt, zoals Petrus schrijft:

Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief, als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God.   (1 Petrus 1:22-23)

Het karakter van een mens wordt niet gevormd door nauwgezet de wet te volbrengen, al is het een voordeel als de priester/discipel zich gewoontes en routines in het leven eigen maakt, die gebaseerd zijn op de wet,. Het is echter de bedoeling dat de priester/discipel leert begrijpen waarom God deze regels heeft ingesteld. Zo zal zijn/haar karakter gevormd worden naar het beeld van Jezus Christus, als de priester/discipel zich onderwerpt aan Zijn autoriteit, waardoor de Heilige Geest de liefde van God in zijn/haar hart uitstort.
De priester/discipel die zo in de geest op Jezus Christus is gericht, zal het overvloedige leven ontdekken, dat Hij heeft beloofd.
Paulus verwoordde het zo:

… onze bekwaamheid is Gods werk, die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond niet van de letter, maar van de Geest, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.   (2 Corinthiërs 3:5-6)

De ark doet het karakter van God kennen:
De voorwerpen in de ark symboliseren de wet en de profeten, als maatstaf voor het leven.
Dit is het Woord waar God over waakt dat het volbracht zou worden en waarover Hij had uitgesproken:

Vervloekt is hij, die de woorden van deze wet niet metterdaad volbrengt.   (Deuteronomium 27:26)

Maar God troont niet op de wet. Het verzoendeksel spreekt ervan, dat Hij aan Jezus vroeg om naar de wereld te gaan, om deze vloek op Zich te nemen, door te sterven aan een kruis.
God is liefde en als een goede Vader verlangt Hij ernaar, dat de priester/discipel, als Zijn zoon/dochter, het goede in het leven zou ervaren in het heilige, onder Zijn waakzaam oog, zoals Jezus zei:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.   (Johannes 5:24)

Het overvloedige leven:

De voorwerpen in de tabernakel geven veel stof tot nadenken over wat het betekent om een discipel van Jezus Christus te zijn.
Het fundament van een leven met Jezus Christus, brengt Johannes onder woorden met:

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.   (Johannes 3:16-17)

Daarom kon Paulus vrijmoedig schrijven:

Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de Geest van het leven heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet van de zonde en dood.   (Romeinen 8:1-2)

Het geheim om het overvloedige leven dat Jezus beloofd heeft te ervaren, is:
1. Beseffen dat het hoofddoel waarom Jezus naar de wereld kwam, niet de vergeving van zonden is. Jezus kwam naar de wereld opdat een mens weer zou kunnen leven in relatie met zijn/haar Schepper, God de Vader.
De vergeving van zonden is daarbij een eerste voorwaarde.
Zo is de vergeving van zonden, door het geloof in Jezus Christus, de deur naar het alles overtreffende leven, voor hen die doorheen deze deur willen binnengaan om ……

2. Jezus te volgen. Dagelijks te leven in relatie met Jezus Christus, bij het onderwijs van de Bijbel, het onfeilbaar Woord van God, als richtlijn voor het leven.
De symboliek van de voorwerpen in de tabernakel wil daarbij richtlijnen aanreiken.

3. God te vertrouwen, dat Hij geen veroordeling uitspreekt over hen die, door het geloof in Zijn Zoon Jezus Christus, bewust leven bij de voorwerpen in de tabernakel.
Deze studiereeks over de priester wil daarbij helpen te verstaan wat dit betekent.

4. De naaste niet te oordelen, vanuit het besef zelf niet door God veroordeeld te zijn, maar vanuit bewogenheid de naaste, voor zover dat mogelijk is, in liefde te ondersteunen in het volgen van Jezus.

Paulus beschreef dat zo:

Vermaant (troosten, bemoedigen en versterken) daarom elkander en bouwt elkander op, …   (1 Thessalonicenzen 5:11)

… opdat Hij (de Vader) u geve, naar de rijkdom van zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door zijn Geest in de inwendige mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woning make. Geworteld en gegrond in de liefde, zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid van God.   (Efeziërs 3:16-19)

 

Deze studie downloaden in PDF:
De priester naar de ordening van Melchisedek (7).