Leviticus 16:14 – De eerste maal bloed sprenkelen

Deze deelstudie is een toelichting bij Leviticus 16 – De Dag van Verzoening.

Leviticus 16:14

Dan zal hij (Aäron) een deel van het bloed van de stier nemen en dat met zijn vinger sprenkelen op het verzoendeksel, aan de voorzijde; en vóór het verzoendeksel zal hij zevenmaal dat bloed met zijn vinger sprenkelen.

Omdat Aäron in de vorige verzen 12 en 13 als beeld van de zoekende zondige mens in het heilige der heiligen was binnengegaan, tot voor de troon van God, moest hij nu, gekleed als priester en in functie als hogepriester, het bloed sprenkelen van de stier van zijn zondoffer, voor zichzelf en zijn huis, die hij eerder op de dag geslacht had.
De reden dat Aäron het bloed op en vóór het verzoendeksel moest sprenkelen, was dezelfde als in de volgende verzen, over het slachten van het zondoffer van het volk:

Zo zal hij verzoening doen over het heiligdom om de onreinheden van de Israëlieten en om hun overtredingen in al hun zonden; aldus zal hij doen met de tent der samenkomst, die bij hen verblijf houdt te midden van hun onreinheden.   (Leviticus 16:16)

Aäron sprenkelde het bloed van zijn zondoffer als hogepriester en voorafschaduwing van hogepriester Jezus Christus, die met Zijn bloed verzoening bewerkte over de hemelse tent der samenkomst.

Verzoening door het sprenkelen van het bloed:

Waarom het bloed verzoening bewerkt.
God zelf sprak:

Want de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel.      (Leviticus 17:11)

De ziel is de zetel van de persoonlijkheid, van elk levend wezen.
Merk op dat met levend wezen in de Bijbel levende ziel bedoeld wordt.
Letterlijk vertaald uit het Hebreeuws, werd Adam bij de schepping (Genesis 2:7) een levende ziel (een levende persoonlijkheid), toen God het lichaam dat Hij geboetseerd had Zijn Levensadem inblies.
Omdat Jezus zonder zonden is, kon alleen Zijn bloed, als beeld van zijn persoonlijkheid, verzoening brengen tussen God en mens, want …

… het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken (van de zondoffers van de Dag van Verzoening) zonden zou wegnemen. (Hebreeën 10:4)

Verzoenen/verzoening:
1. Verzoenen in het Oude Testament – bedekken:
Het Hebreeuws voor verzoenen, of verzoening doen, is kaphar, volgens de OLB te vertalen als: bekleden, bedekken, verzoenen, goedmaken.
Het bloed van de offerdieren bracht verzoening, doordat het de zonden bedekte, zodat ze niet meer zichtbaar waren.
Daarom moesten de offers op de Dag van Verzoening elk jaar opnieuw gebracht worden, want de ziel, de persoonlijkheid van een dier, het instinkt, kon onmogelijk een mens vrijmaken.
Zo werden elk jaar de zonden opnieuw bedekt.
In de brief aan de Hebreeën staat dan ook:

Door die offeranden werden ieder jaar de zonden in gedachtenis gebracht; …   (Hebreeën 10:3)

Opdat een mens zou kunnen leven voor het aangezicht van God, die heilig is, is zonden bedekken echter niet toereikend. Hiervoor is het nodig dat een mens eens en voor altijd van zonden gereinigd en geheiligd wordt, door de zonden van hem af te nemen.

2. Verzoenen in het Nieuwe Testament – omruilen:
Jezus kwam naar de aarde, om in zijn lichaam de offers van de Dag van Verzoening te vervullen, opdat door het geloof in Zijn bloed, meer speciaal door het geloof in Hem als Persoon, zijn offerdood een eeuwige verzoening zou brengen.
Want God heeft Jezus Christus

… voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, …   (Romeinen 3:25)

Want door één offerande heeft Hij (Jezus) voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden.   (Hebreeën 10:14)

Paulus zegt het zo:

Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft, welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord van de verzoening heeft toevertrouwd.    (2 Corinthiërs 5:17-19)

Het Grieks voor verzoenen is katallasso, hiervan afgeleid is katallage, of verzoening.
Volgens de OLB te vertalen als ruilen, omruilen, verzoenen, opnieuw in de gunst komen en verwisseling, verruiling, verzoening.

In het licht van het offer van Jezus betekent verzoening door omruiling, dat Hij in de eerste plaats de zonden van de gelovige afneemt en wegdraagt, zoals Johannes de Doper zei:

Zie, het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt (wegdraagt).   (Johannes 1:29)

En ook de apostel Johannes schrijft:

En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij de zonden zou wegnemen (wegdragen), en in Hem is geen zonde.   (1 Johannes 3:5)

Het bloed van de zondoffers, dat in het heilige der heiligen gesprenkeld werd, staat symbool voor de reiniging omdat Jezus, door het geloof in Hem, de zonden van de gelovige afneemt en wegbrengt, zoals de bok de zonden naar de woestijn bracht.

Petrus schrijft dat Jezus…

… zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven (ook: verwijderd zijn), voor de gerechtigheid zouden leven; …   (1 Petrus 2:24 )

De verzoening, de omruiling door het geloof in het bloed, dus in de persoon Jezus Christus, betekent dat de gelovige niet enkel gereinigd wordt van de zonden, omdat ze van hem afgenomen en weggebracht worden. De gelovige wordt in de plaats daarvan ook geheiligd, door het bloed van Jezus Christus. Zo verzoend met God, mag de gelovige vrijmoedig in zijn nabijheid leven, zoals in de brief aan de Hebreeën staat:

Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, …   (Hebreeën 10:19-20)

Merk op: Bij de bespreking van de volgende verzen Leviticus 16:15-16, wordt volledig uitgewerkt hoe de gelovige vrijmoedigheid ontvangt, om voor het aangezicht van God, die heilig is, te verschijnen.

Terug naar Leviticus 16:14.

Het heilige en het heilige der heiligen van de tent der samenkomst waren verontreinigd, toen Aäron, als beeld van een zoekende zondige mens, met reukwerk in het heilige der heiligen was binnengegaan, tot voor de troon van God (zie de vorige verzen 12 en 13).
Daarom moest Aäron het bloed van de stier van zijn zondoffer ter verzoening van zichzelf en ook van zijn huis, sprenkelen op en vóór het verzoendeksel.
Het bloed was afkomstig van de stier die hij al eerder had geslacht (vers 11), als de voorafschaduwing van Jezus, die stierf voor de verzoening van zondige mensen, zoals Paulus schrijft:

God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.   (Romeinen 5:8)

1. Bloed sprenkelen op het verzoendeksel.
God troonde op de cherubs, boven het verzoendeksel, dat de wet bedekte.
Het bloed dat Aäron sprenkelde op het verzoendeksel, is het beeld van de reiniging door het verzoenend bloed van Jezus Christus, …

En nagenoeg alles wordt volgens de wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.   (Hebreeën 9:22)

Het plaatsvervangend sterven van Jezus en de reiniging door Zijn verzoenend bloed op het verzoendeksel was nodig, opdat de zoekende mens met zijn gebed (het reukwerk) in de nabijheid van God zou kunnen komen. Alleen zo kon God zijn geest tot leven verwekken, opdat de zoekende mens een nieuw leven zou kunnen ontvangen, door het geloof in Zijn Zoon, Jezus Christus.

2. Bloed sprenkelen op de grond vóór het verzoendeksel.
Aäron had als beeld van de zoekende zondige mens de tent der samenkomst ontheiligd.
Daar volgens de wet bijna alles met bloed gereinigd wordt moest Aäron de grond waarop hij gestaan had, vóór het verzoendeksel, met bloed van zijn zondoffer besprenkelen en zo de woonplaats van God opnieuw reinigen en heiligen.

Nu zal de zoekende mens, door zijn roep tot God, daarom enkel symbolisch voor de troon van God verschijnen. Hij brengt dus geen verontreiniging in de tent der samenkomst teweeg. Het sprenkelen van het bloed door Aäron, was dan ook de voorafschaduwing van Jezus Christus, die …

niet is binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht van God te verschijnen; …   (Hebreeën 9:24)

Waarbij Jezus …

… met zijn eigen bloed eens voor altijd … een eeuwige verlossing verwierf.   (Hebreeën 9:12)

Merk op dat Jezus 2.000 jaar geleden stierf en dat Hij door zijn bloed, eens en voor altijd een eeuwige verlossing, verzoening, reiniging en heiliging gebracht heeft.
Dat betekent dat God had aanvaard, dat Jezus garant zou staan voor het herstel van de reiniging en heiliging van Zijn troon en woonplaats, na de ontmoeting van de zoekende zondige mens, die Hem na Golgotha te hulp zou aanroepen.

Wordt vervolgd in de studies Leviticus 16:15-16 – Het zondoffer voor het volk 1.

Deze studie downloaden als PDF:
Leviticus 16:14 – De eerste maal bloed sprenkelen.