Leviticus 16:9-10 – Over de bokken

Deze deelstudie is een toelichting bij Leviticus 16 – De Dag van Verzoening.

Leviticus 16:9 en 10

Dan zal Aäron de bok waarop het lot voor de HERE gevallen is, brengen en hem ten zondoffer (voor)bereiden.
Maar de bok waarop het lot voor Azazel gevallen is, zal men levend voor het aangezicht des HEREN stellen, om daarmee verzoening te doen, door hem voor Azazel de woestijn in te zenden.

Het is niet helemaal duidelijk welke handelingen Aäron op dit moment verrichtte met de beide bokken van het zondoffer voor het volk.

De bok van het lot voor de Here werd pas geofferd in vers 15.
Waarschijnlijk moest de bok eerst klaargemaakt worden om geofferd te kunnen worden, wat mogelijk inhield dat hij gecontroleerd werd op gebreken en dat hij bijvoorbeeld gewassen moest worden, als dat al niet eerder gebeurd was.

De bok van het lot voor Azazel werd pas in vers 21 naar de woestijn gestuurd.
Aangenomen kan worden dat hier dezelfde handelingen verricht werden als met de bok voor de Here, waarna de bok voor Azazel op dit moment overgedragen werd aan …

… iemand, die daarvoor gereed staat, (om hem) naar de woestijn (te) laten brengen.   (Leviticus 16:21)

Opmerking: Het is goed mogelijk dat in de verzen 9 en 10 gewoon de bestemming van de beide bokken opnieuw bevestigd werd.

Voor het aangezicht des Heren: Bij het werpen van het lot (in vers 7) werden deze bokken al voor het aangezicht van de Here gesteld, door hen op te stellen tussen het brandofferaltaar en de ingang van de voorhof. Dat dit bij de bok voor Azazel herhaald werd, bevestigt dat God volledig betrokken was bij het gebeuren op de Dag van Verzoening en volledig instemde met het feit dat de onopzettelijke zonden weggebracht werden, de vergetelheid in.
Het bevestigt ook dat God zeer zeker aanwezig was bij de kruisiging van Jezus.

Wordt vervolgd in de studie: Leviticus 16:11 – Aäron slacht zijn zondoffer.

Deze studie downloaden als PDF:
Leviticus 16.9-10 – Over de bokken