Mattheüs 25:14-30 en Lukas 19:12-26

Mattheüs 25:14-30
Mattheüs 25:14 - Want het is als een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven riep en hun zijn bezit toevertrouwde.
Mattheüs 25:15 - En de een gaf hij vijf talenten, een ander twee, een derde een, een ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde buitenslands.
Mattheüs 25:16 - Terstond ging hij, die de vijf talenten ontvangen had, op weg, en hij deed er zaken mede en verdiende er vijf bij.
Mattheüs 25:17 - Evenzo verdiende hij, die de twee talenten had, er twee bij.
Mattheüs 25:18 - Maar hij, die het ene talent ontvangen had, ging heen en groef een gat in de grond en verborg het geld van zijn heer.
Mattheüs 25:19 - En na lange tijd kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.
Mattheüs 25:20 - En die de vijf talenten ontvangen had, trad toe en bracht nog vijf talenten bovendien, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd: zie, ik heb er vijf talenten bij verdiend.
Mattheüs 25:21 - Zijn heer zei tot hem. Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Mattheüs 25:22 - Die met de twee talenten trad ook toe en zei: Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; zie, ik heb er twee talenten bij verdiend.
Mattheüs 25:23 - Zijn heer zei tot hem: Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Mattheüs 25:24 - Nu kwam ook hij, die het ene talent ontvangen had, en zei: Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar gij niet hebt uitgestrooid.
Mattheüs 25:25 - En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen; hier hebt gij het uwe.
Mattheüs 25:26 - En zijn heer antwoordde en zei tot hem: Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid?
Mattheüs 25:27 - Dan hadt gij mijn geld aan de bankiers moeten geven en ik zou bij mijn komst mijn eigendom met rente opgevraagd hebben.
Mattheüs 25:28 - Neemt hem dan het talent af en geeft het aan hem, die de tien talenten heeft.
Mattheüs 25:29 - Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden.
Mattheüs 25:30 - En werpt de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars.

Lukas 19:12-26
Lukas 19:12 - Hij zei dan: Een man van hoge geboorte trok naar een ver land om voor zich de koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen en [daarna] terug te keren.
Lukas 19:13 - En hij riep tien van zijn slaven en gaf hun tien ponden en zeide tot hen: Drijft handel, totdat ik terugkom.
Lukas 19:14 - Doch zijn burgers haatten hem en zonden hem een gezantschap achterna met de boodschap: Wij willen niet, dat deze koning over ons wordt.
Lukas 19:15 - En het geschiedde, toen hij terugkwam, nadat hij de koninklijke waardigheid verkregen had, dat hij die slaven, aan welke hij het geld gegeven had, bij zich liet roepen om te weten, wat ieder met zijn handel bereikt had.
Lukas 19:16 - En de eerste verscheen en zei: Heer, uw pond heeft tien ponden winst gemaakt.
Lukas 19:17 - En hij zei tot hem: Voortreffelijk, goede slaaf; omdat gij in het minste getrouw geweest zijt, heb gezag over tien steden.
Lukas 19:18 - De tweede kwam en zei: Uw pond, heer, heeft vijf ponden opgebracht.
Lukas 19:18 - De tweede kwam en zei: Uw pond, heer, heeft vijf ponden opgebracht.
Lukas 19:19 - Hij zei ook tot hem: En gij, wees heer over vijf steden.
Lukas 19:20 - En de volgende kwam en zei: Heer, hier is uw pond, dat ik in een doek weggeborgen en bewaard heb.
Lukas 19:21 - Want ik was bang voor u, omdat gij een streng mens zijt; gij neemt weg wat gij niet hebt uitgezet en gij maait wat gij niet gezaaid hebt.
Lukas 19:22 - Hij zei tot hem: Uit uw eigen mond zal ik u oordelen, slechte slaaf. Gij wist, dat ik een streng mens ben, die wegneemt wat ik niet heb uitgezet en maai wat ik niet gezaaid heb.
Lukas 19:23 - Waarom hebt gij dan mijn geld niet bij de bank gegeven? Dan zou ik het bij mijn komst met rente opgevraagd hebben.
Lukas 19:24 - En hij zei tot degenen, die bij hem stonden: Neemt hem het pond af en geeft het hem, die de tien ponden heeft.
Lukas 19:25 - En zij zeiden tot hem: Heer, hij heeft al tien ponden.
Lukas 19:26 - Ik zeg u, aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden, en hem, die niet heeft, zal ontnomen worden ook wat hij heeft.