Jeremia 1:12 – Ik waak over mijn woord
In de eerste verzen van zijn boek geeft Jeremia aan dat hij behoort tot het priesterlijke geslacht en in welke tijd hij optrad als profeet.
In de verzen 4 en 5 beschrijft hij dan hoe hij door God geroepen werd:
Het woord des HEREN nu kwam tot mij: Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; tot een profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld. (Jeremia 1:4-5)
Jeremia vond zichzelf echter te jong voor deze roeping, waarop God antwoordde:
Zeg niet, ik ben jong, want tot een ieder, tot wie Ik u zend, zult gij gaan, en alles wat Ik u gebied, zult gij spreken. … Zie, Ik leg mijn woorden in uw mond; … (Jeremia 1:7 en 9)
God voegde de daad bij het woord en zei:
Wat ziet gij, Jeremia? Toen zei ik: Ik zie een amandeltwijg. (Jeremia 1:11)
Daarop zei de HERE tot mij: Gij hebt goed gezien, want Ik waak over mijn woord om dat te doen. (Jeremia 1:12)
De woordspeling in deze verzen tussen amandeltwijg en waken is typisch voor de Hebreeuwse taal, maar de symboliek is in de vertaling niet weer te geven.
De amandeltwijg.
Amandeltwijg is de vertaling van de Hebreeuwse zelfstandige naamwoorden: ‘maqqel’ en ‘shaqed’.
- Maqqel, volgens de OLB te vertalen als: staf, stok.
- Shaqed, volgens de OLB te vertalen als: amandelboom, amandel.
Maqqel shaqed is dus letterlijk te vertalen als twijg, of tak, van de amandelboom.

Wat God aan Jeremia liet zien was wellicht niet enkel een losse amandeltwijg, want de bloesem daarvan zou spoedig verdorren.
Daarom werd de focus van Jeremia gericht op de twijg van een amandelboom, als onderdeel van de hele boom, zoals het Woord, in dit geval een uitspraak van God dat niet op zichzelf staat, maar enkel begrepen kan worden als onderdeel van en behorend tot het hele Woord van God.
Het was met een speciale bedoeling dat God de aandacht van Jeremia vestigde op de twijg van een bloeiende amandelboom, want de amandelbloesem heeft namelijk 5 bloemblaadjes.
In de Bijbel verwijst 5 naar de boeken van Mozes, de eerste vijf boeken van het Oude Testament, de Thora, ook wet of onderwijzing genoemd.
In Jeremia 1:11 staat de amandelbloesem dan ook niet op zichzelf. Al veel eerder komen we die in de Bijbel tegen, namelijk in:
- Exodus 25:31-40, bij de beschrijving van de kandelaar in de tabernakel.
- Numeri 17, bij de bloeiende staf van Aäron, nadat in het vorige hoofdstuk beschreven wordt hoe de levieten Korach, Datan en Abiram in opstand kwamen tegen Mozes en Aäron.
Exodus 25:31-40: De beschrijving van de kandelaar in de tabernakel.
Elke arm van de kandelaar bevatte drie bloemkelken in de vorm van de amandelbloesem. Ook de centrale staander. Die bevatte zelfs nog een vierde.
Dit wordt uitgebreid beschreven in de studie over de priester naar de orde van Melchisedek.
De amandelbloesems, als beeld van de Thora, versierden de armen die de olielampen ondersteunden bij het verspreiden van licht in het heilige van de tabernakel, een beeld van wie Jezus is, die van Zichzelf zei: Ik ben het licht van de wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben. (Johannes 8:12)
Numeri 17: De bloeiende staf van Aäron.
In Numeri 16 wordt beschreven hoe de levieten Korach, Datan en Abiram, met 250 anderen uit de Israëlieten, in opstand kwamen tegen Mozes en Aäron.
In hoofdstuk 17 gaf God de opdracht, dat het hoofd van elke stam een staf zou leggen in de tabernakel. Op de staf uit de stam van Levi moest Mozes de naam van Aäron schrijven.
De volgende dag bleek deze staf te bloeien en zelfs al amandelen voortgebracht te hebben.
Met deze bloeiende staf bevestigde God zijn Woord, dat Aäron, en met hem zijn nageslacht, door Hem als priester was aangesteld.
Zoals God aan de amandelbloesem een diepere betekenis gaf, heeft Hij ook de amandelboom een speciale betekenis gegeven.

De amandelboom is een kleine bladverliezende loofboom (gemiddeld 4 tot 10 meter hoog) die van nature in bergachtige gebieden groeit, meestal op 700 tot 1700 meter hoogte. De boom gedijt het best op zonnige hellingen met rotsachtige bodem in een mediterraan klimaat, met warme droge zomers en milde, natte winters.
De optimale temperatuur voor hun groei is tussen 15 en 30°C.
De amandelboom bloeit uitbundig in het vroege voorjaar, wanneer ze nog geen bladeren heeft gevormd. (Wikipedia)
De amandelboom als het beeld van het Woord van God:
- Groeit op rotsachtige bodem.
- Op een zonnige helling met milde natte winters.
- Op 700 tot 1700 meter hoogte.
- En bloeit uitbundig in het vroege voorjaar.
Groeit op rotsachtige bodem.
De amandelboom gedijt het best op rotsachtige bodem. Als beeld van Het Woord, lijkt dit in eerste instantie in tegenspraak met de uitleg van Jezus in de gelijkenis van de zaaier.
En evenzo zijn, die op steenachtige plaatsen gezaaid worden, degenen, die, zodra zij het woord horen, het terstond met blijdschap aannemen. Doch zij hebben geen wortel in zich, maar zijn mensen van het ogenblik; wanneer later verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komen zij terstond ten val. (Markus 16 en 17)
De mensen die als steenachtige grond het Woord ontvangen komen niet tot hun doel, omdat ze mensen van het ogenblik zijn en zich niet hebben ingespannen om diep te wortelen.
Steenachtige grond, of een rotsachtige bodem, belet het ontkiemen van het zaad echter niet, mits het zaad diep genoeg wortelt. Het hangt dus af van degene die het woord ontvangt en moeite doet om het Woord, de Bijbel, op regelmatige basis te lezen en te overdenken.
Op een zonnige helling met milde natte winters.
Het Woord gedijt het best en komt tot volle bloei, als het gelezen en overdacht wordt in het licht van wie Jezus is, onder de milde en voedzame leiding van de Heilige Geest.
Op 700 tot 1700 meter hoogte.
Het kost enige moeite en tijd om in de tegenwoordigheid van de Here Jezus te vertoeven op een rustige plaats en zich door Hem en Zijn Woord te laten inspireren, om zo veilig de weg te gaan waarop Hij iedere mens wil leiden.
Bloeit uitbundig in het vroege voorjaar.
De amandelboom bloeit in het vroege voorjaar, aan het begin van het nieuwe seizoen.
Voor iemand die Jezus volgt zal het Woord van God niet enkel tot bloei komen op de dag van de nieuwe levensfase, zoals bij de bekering, maar de ‘boom’ zal zijn bloei behouden als er aandacht aan besteed wordt, best aan het begin van elke nieuwe dag. Zo zullen er aldoor nieuwe amandelbloesems ontstaan, die op hun tijd vrucht zullen voortbrengen.
Waken.
Waken is de vertaling van het Hebreeuwse werkwoord: shaqad.
- Shaqad, volgens de OLB te vertalen als: de wacht houden, waakzaam zijn (over).
Het werkwoord ‘shaqad’ is een grondwoord.
Het is opmerkelijk dat van dit werkwoord (voor waken) het zelfstandige naamwoord ‘shaqed’ (voor amandelboom) is afgeleid. Beide woorden worden in het Hebreeuws trouwens met dezelfde drie medeklinkers geschreven, die verschillend worden uitgesproken.
Taalkundig is er dus een sterke binding tussen deze twee woorden.
Zo is de bloeiende amandelboom het beeld van God die waakt over zijn Woord om dat te doen en elke discipel van Jezus Christus doet er goed aan Zijn onderwijs ter harte te nemen.
Dit herinnert aan het woord dat God aan Jesaja gaf:
Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, alzo zal mijn woord, dat uit mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij weerkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend.
(Jesaja 55:9-12)
Dit is o.a. het thema van de studie over snoeien.
Deze studie downloaden in PDF:
Jeremia 1:12 – Ik waak over mijn woord.



