Vergeven – basisprincipes 1

Als vervolg op de studies ‘Vergeven – woordstudie’ en ‘Vergeven in de praktijk’ worden enkele basisprincipes over vergeven verder uitgewerkt in deze nieuwe studie.
Elementen uit de voorgaande studies kunnen hierin aangehaald worden zonder verdere vermelding.

Basisprincipe 1: Relatie tussen God en mensen.

God wist dat de mens, geschapen met een vrije wil, verkeerde keuzes zou maken.

Daarom verstoot Hij een mens niet vanwege de zonde, want:
God neemt het leven niet weg, maar zoekt wegen dat een verstotene niet van Hem verstoten blijve.   (2 Samuël 14:14)

Dat bewees Hij al bij Adam en Eva in het paradijs.
Zij waren bang voor Hem geworden, omdat zij ontdekt hadden dat ze naakt waren, na het eten van de verboden vrucht.
God veroordeelde hen echter niet, wat Hij bewees door hen te bekleden met een dierenhuid en zo hun naaktheid te bedekken. (Genesis 3:8 ev.)
Dit nam niet weg dat hun ongehoorzaamheid gevolgen had voor hen en voor de hele schepping, omdat hun zonde een definitieve scheiding teweeg gebracht had in de relatie tussen God en mensen.

Opdat de mens niet van Hem verstoten zou blijven, voorzag God die liefde is, in een ‘uitweg’, zodat de relatie met Hem hersteld zou kunnen worden.

Dit vond zijn vervulling in de komst van Jezus Christus, zoals Paulus schrijft:

Hij (God) heeft ons immers in Hem (Jezus Christus) uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht in de liefde. (Efeziërs 1:4)

Of, zoals de bekende tekst uit het evangelie naar Johannes luidt:

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.   (Johannes 3:16)

En Paulus schrijft:

Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.   (Galaten 4:4-5)

Want:

God bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.
Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van zijn Zoon, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; en dat niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Here Jezus Christus, door wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.   (Romeinen 5:8-11)

En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft, welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord van de verzoening heeft toevertrouwd.
Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen.   (2 Corinthiërs 5:17-20)

Wat betekent dit?
Omdat God driemaal heilig is, kan iemand die zondigt niet in Zijn nabijheid blijven bestaan.
Zo werden de satan en de engelen die ontrouw geworden waren uit de hemel verbannen en kan ook de natuurlijke, zondige mens, na zijn aardse leven niet in Gods nabijheid komen.

Maar omdat Hij de mens juist schiep om in relatie met hem te leven, wil Hij niet dat hem de toegang tot de hemel definitief ontzegd wordt.
Vanuit dit verlangen heeft God een weg bepaald, “dat een verstotene niet van Hem verstoten blijve”.   (2 Samuel 14:14)

In het offer van Jezus Christus geeft God de mens, in alle vrijheid,  de mogelijkheid om in een relatie met Hem te komen.
Aan hen die de vergeving van hun zonden aannemen door het geloof in Jezus Christus, schrijft de apostel Paulus:

Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.   (Efeziërs 2:13)

God veegt een spons over het verleden, bij iedereen die beseft dat hij/zij vastloopt in het leven en Jezus Christus vraagt hem uit zijn situatie te redden.
Dit wordt uitgebeeld door het zondoffer dat op de Grote Verzoendag gebracht werd.

Zo wordt ook de mens vrijgemaakt van de zonden uit het verleden, door het geloof in Jezus Christus. Op die manier komt wie ver van God verwijderd was dichtbij, omdat hij door de vergeving van zonden, door God tot nieuw (geestelijk) leven verwekt wordt.

Paulus schrijft:

Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. (2 Corinthiërs 5:17)

Vraag is, of de gelovige die tot nieuw geestelijk leven verwekt is, zich ook verzoent met God.

Anders gezegd:
Of hij/zij bereid is God als Vader te aanvaarden in een leven overeenkomstig Zijn wil, zoals Hij die heeft laten optekenen in de Bijbel.

Want:

Allen, die Hem (Jezus) aangenomen hebben, hun heeft Hij (Jezus) macht gegeven om kinderen van God te worden, hun, die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil van het vlees, noch uit de wil van een man, doch uit God geboren (beter: verwekt) zijn.
(Johannes 1:12-13)

Bij de bekering door het geloof in Jezus Christus, is men namelijk niet automatisch een kind van God, maar heeft men de macht (de autoriteit) gekregen om door God als kind geadopteerd te worden.
Wat zoveel betekent: Dat de gelovige zich wil onderwerpen aan het gezag en de autoriteit van Jezus Christus.

Bij de gelovige die deze beslissing neemt en daarbij de autoriteit over zijn/haar leven afstaat aan Jezus Christus, stort de Heilige Geest de liefde van God uit in zijn hart:

Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. (Romeinen 8:15)
(Een verlangen dat God al 600 jaar eerder had uitgesproken: zie Jeremia 3:19.
Roepen Abba/papa: veronderstelt een intieme relatie tussen een kind en zijn de vader.)

Die Geest bewerkt dat de discipel zich verzoent met God, als Vader en gaat verlangen om in gehoorzaamheid te leven volgens Zijn onderwijs, in afhankelijkheid van Jezus Christus als de Goede Herder.

Denk hierbij aan de gelijkenis van de verloren zoon (Lukas 15), hoe de jongste zoon zijn vader als gestorven beschouwt, de erfenis opstrijkt en naar het buitenland vertrekt. Als hij dan totaal verarmd is, besluit hij terug te gaan, zijn vader in de ogen te durven kijken en zich met hem te verzoenen, met de wil zich aan hem te onderwerpen en hem als knecht (als slaaf) te dienen.
Maar toen hij thuiskwam werd hij opnieuw door zijn vader als kind aanvaard.

Indien hij niet het besluit om zich aan zijn vader te onderwerpen had genomen, zou hij van honger omgekomen zijn en zijn vader, die al die tijd klaarstond om hem opnieuw in het gezin op te nemen, zou niets voor hem hebben kunnen doen.

Samengevat:

      • God wist toen Hij Adam en Eva schiep, dat zij ongehoorzaam zouden worden aan het ene gebod dat Hij hen gegeven had.
      • Daarom veroordeelt Hij een mens niet omdat hij zondigt, zoals ook Jezus zei dat Hij niet gekomen is om de wereld te oordelen, doch om de wereld te behouden. (Johannes 12:47)
      • Vanwege Zijn heiligheid neemt God afstand vanwege de zonde en ontstaat er een scheiding in de relatie tussen God en mensen.
      • Ondanks dit blijft, wat Hem betreft, de weg tot herstel altijd open, zoals de vader in de gelijkenis, die op de uitkijk bleef staan om te zien of zijn jongste zoon al terug naar huis kwam.
      • De scheiding wordt enkel weggenomen door het geloof in Jezus Christus.
        Dit is als de jongste zoon die tot zichzelf komt en zich realiseert in welke situatie hij bij de varkens zit en welke toekomst hij bij de vader zou kunnen hebben.
      • Het is echter nodig dat hij een besluit neemt en opstaat om naar zijn vader terug te gaan met de vaste wil om hem nederig te dienen als knecht, als slaaf.
      • De gelovige die bereid is de autoriteit van de Drie-enige God over zijn leven te aanvaarden en zich zo met God verzoent, wordt door Hem met open armen ontvangen en door Hem geadopteerd met het recht van een zoon.
        Zoals de vader uit de gelijkenis, die zijn zoon die terugkomt in zijn armen sluit.
        Opmerking: Recht van een zoon, wil zeggen dat God geen onderscheid maakt tussen jongens en meisjes, mannen en vrouwen. Voor Hem hebben zij allen dezelfde rechten en plichten.
      • Een kind zal eeuwig in het huis van de Vader leven.

Aandachtspunten:
Wil men niet vervreemden van de aanwezigheid van God als Vader en uiteindelijk omkomen, dan is het belangrijk om bij enkele aandachtspunten stil te staan.

Aandachtspunt 1:
Als God bij de bekering de spons veegt over iemands verleden, worden niet automatisch ook de gevolgen van zijn leven uit het verleden ongedaan gemaakt.
Jezus zal helpen om deze verantwoordelijkheden onder ogen te zien en te leren er mee om te gaan, door het geloof in Hem, vanuit de nieuwe kijk op het leven.

Om volledig vrij te komen van dit verleden, kan het nodig zijn om de personen te vergeven die hem in het verleden gekwetst hebben. Ook zal hij zijn foutief gedrag moeten belijden aan de personen die daar misschien onder geleden hebben.

Aandachtspunt 2:
Paulus schrijft:

Daarom, mijn geliefden, … blijft … uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.

Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen van God te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld,   (Filippenzen 2:12-15)

Met vrezen en beven: is een uitdrukking die de vrees beschrijft van iemand die beseft dat hij/zij niet aan alle vereisten volledig kan voldoen, maar wel toegewijd zijn uiterste best doet om zijn taak uit te voeren.

Zoals Paulus ergens anders schrijft:

… vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs van de roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus. (Filippenzen 3:14)

Ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.
(1 Corinthiërs 9:27)

Dit betekent oefening en toewijding aan God vanuit een oprecht hart.

Aandachtspunt 3:
Petrus schrijft:

Beijvert u … om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.   (2 Petrus 1:10)

En Jacobus:

Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die van de vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen. (Jakobus 1:25)

Wie zich verzoend heeft met God als Vader en zijn uiterste best wil doen om te leven als kind van Hem, zal ernaar verlangen zich de regels van God eigen te maken, door de Bijbel te lezen en te bestuderen, persoonlijk en in gemeenschap met andere discipelen.

Aandachtspunt 4.
God weet dat een discipel van Jezus Christus niet volmaakt is en in zijn levenswandel met Hem zal
struikelen.
Maar ook hierin heeft Jezus voorzien in zijn offer aan het kruis.
Wie erkent dat hij gestruikeld is en berouw toont, mag weten dat hij hiervoor vergeving ontvangt, door het geloof in het bloed van Jezus Christus.

Johannes formuleert het zo:

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.   (1 Johannes 1:9)

Zie ook de studies:

Wordt vervolgd in de studie ‘Vergeven – basisprincipes 2, over de relatie tussen de discipel en de naaste.

 

Deze studie downloaden in PDF:
Vergeven – basisprincipes 1.